HomeDe inrigting der middelbare school voor meisjesPagina 19

JPEG (Deze pagina), 857.19 KB

TIFF (Deze pagina), 8.05 MB

PDF (Volledig document), 21.53 MB

l
H 17
Bij den slechten aanleg der vrouw, bij haar onvatbaarheid voor
hooger ontwikkeling, bij haar ongeschiktheid voor het verwerven en
verwerken van degelijke kennis?
Dat zal een vrouw ons toch niet willen verzekeren, terwijl zij zel-
ve -­ en van harte juichen wü het toe - als bevoegde optreedt om
over opvoeding en wetenschap te oordeelen, wel eens op zeer stelli-
gen toon.
Zou de oorzaak dan niet moeten gezocht worden in de schromelüke
» verwaarloozing, waaraan wij ons in Nederland jegens de vrouw schul-
J dig hebben gemaakt? En zullen wü nu het kwaad gaan bestendigen,
door haar tot voortdurende onmondigheid te veroordeelen en reeds bij
de geboorte haar het brandmerk der ongeschiktheid op het voorhoofd
te drukken?
De vrouwen zün niet bekwaam om het onderwijs te geven, dat
onze middelbare scholen behooren te geven, beweert men.
Niet zonder eenigen grond. Toch zün er uitzonderingen.
Maar waar zouden ze die bekwaamheid opgedaan hebben? Aan
Middelbare scholen, die er niet waren; aan Kweekscholen, die men
vergeten had; aan Hoogescholen, waaraan nog niemand denkt?
Geef aan de vrouw gelegenheid om een goede onderwijzeres, ook
van de middelbare school, te worden: en zij zal het worden.
Begin niet met aan de middelbare school voor meisjes de jwetenschap
te verwateren en te verminken, onder de leuze: dat men zich naar
de vatbaarheid der meisjes schikken moet. Gelooft aan de vrouw, en
zij zal u niet beschamen.
Wij beweren, dat er over eenige jaren, wanneer men het onder-
wijs der vrouw wat minder verwaarloosd zal hebben, vrouwen zullen
gevonden worden, geschikt en bekwaam om al de vakken te onder-
·"‘ wijzen, welke er aan een middelbare school onderwezen moeten wor-
den. Het is een feit, dat binnen weinige weken vijf ontwikkelde
meisjes ons betuigden, dat zij bij voorkeur op de wis- en natuurkundige
wetenschappen zich wilden toeleggen: en zij kozen niet in den blinde.
Aan de Hoogere burgerschool voor meisjes worde de vrouwelijke
jeugd onderwezen en opgevoed door vrouwen ­ en aan het hoofd sta
een vrouw.
»Ik wil" -­ verklaart Bertha ­- >>niet terstond in alle geval-
len en ten eeuwigen dage aan vrouwen de bevoegdheid ontzeggen
om aan het hoofd eener middelbare school te staan. Ik ken b. v. aan
·den Rün een zeer groot, niet openbaar instituut, ook door Hollandsche
meisjes veel bezocht, waar eene vrouw sedert jaren met verbazende
flinkheid, haar tiental docenten, vijftal secondantes, haar zes en der-
tig kostmeisjes en 100 tot 150 schoolkinderen weet te regeren en alles
in harmonie te brengen en te houden, -- maar de voorbeelden van
zulk eene administrative kracht, verbonden met grondige kennis en
eene ontzag- en eerbiedwekkende persoonlükheid, zijn zóó hoogst zeld-