HomeDe inrigting der middelbare school voor meisjesPagina 13

JPEG (Deze pagina), 881.57 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 21.53 MB

*11
i in Duitschland klaagt men, en klaagt al luider en luider: dat de hö­
here Töchterschulen eenzijdig zün; ze zijn te idealistisch, haar vorming
is te aesthetisch; letterkunde en nog eens letterkunde, kunst en we-
der kunst. Een vrouw, zoo gevormd, zal zeker in haar boeijend ge-
sprek blijken geven van een’ verfijnden smaak; met kennis zal ze
spreken over een schilderstuk, een beeldengroep; juist zal ze oordeelen
over een opera of een treurspel; ze zal misschien een piquant recen-
sietje weten te schrijven, bezit ze productiviteit, een leesbare novelle
leveren.
VVij achten dat alles, we waardeeren het hoog. Maar voor de Ne-
derlandsche vrouw verlangen we méer. Om harentwil vorderen we
voor haar veelzijdige ontwikkeling, waarbij niet één van haar vermo-
gens wordt veronachtzaamd; voor haar een onderwijs, dat geheel haren
aanleg ontplooit en aan haar eenzijdigheid te gemoet komt. En we
zijn niet gerust, wanneer ze drie jaren lang wekelijks aan letterkunde
en teekenen, aan mythologie en klassieke oudheid uren op uren wijdt,
en voor rekenkunst en natuurwetenschap slechts een zeer klein ge-
deelte van haar tijd over heeft. We zijn niet gerust, wanneer wij
Bertha hooren zeggen: >>Met verwondering zie ik, hoeveel tijd er op
die scholen, waar men natuurkunde wil onderwijzen, aan deze weten-
schap wordt besteed. Hier raadpleeg ik weder de ondervinding uit
mijn eigen schooljaren en kan mij met een onderwijs in de natuur-
kunde op zoo breede schaal niet vereenigen. Was het onderwijs dat
wij genoten hebben en waarbij in drie jaren een volledige cursus van
physica, de grondbeginselen der scheikunde en de wetten van den loop
der heinelligchamen werden ontvouwd, bij twee uur ’s weeks, zoo
onvolledig? Of waren wij zoo geëmancipeerd snel van bevatting ?"
Zoo onvolledig? V
Boven verreweg de meeste Nederlandsche vrouwen hebt gij, geluk-
kige Bertha, het voorregt gehad van ingeleid te worden in het heilig-
dom der natuur. Maar, eilieve, hebt gü dat woord van Caroline wel
opgemerkt: >>George en Marietje zijn nog te klein om anders te ge-
ven dan kleine zorgen, want bezorgdheid over hun ligchamelijk wel-
zijn is immers iets anders, niet waar ?"
Arme Caroline! >>Kleine zorgen" ·-· waarvan de gezondheid, de
toekomst, het leven uwer kinderen afhangt!
Bertha, gü hebt een’ helderen blik, en gij hebt goed rond gezien.
Hebt ge niet opgemerkt die eenvoudige Engelsche landmansdochter,
die vóór twintig jaren reeds gevoelde en erkende wat Caroline nu nog
niet gevoelt en erkent? Vergun mij u eenige regelen van dat begaafde
natuurkind in het geheugen te roepen C`):
>>Wanneer de mensch het leven intreedt, is hij het meest hulpe-
(*) De opvoeding der vrouw, haar gewigt, doel en aard. Naar het Engelsch van Bar-
bara H. Farquhar, eene landmansdochter. Amsterdam, 1851, bl. 38 v.
l
l
1