HomeDe inrigting der middelbare school voor meisjesPagina 11

JPEG (Deze pagina), 921.11 KB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 21.53 MB

r
l
v 9 ~
gens mijne vaste overtuiging, het eenige juiste om de meisjes te wa-
'penen tegen strijd en verzoeking, haar in moeijelijke tijden te steunen,
in haar een bolwerk, en, door het naar alle züden ontwikkelde van
haar wezen, een hecht bolwerk te doen opwassen tegen de ontzettende
nuchterheid en, als uitvloeisel daarvan, de roekelooze ligtzinnigheid
van onzen tijd. Het eerste vereischte eener vrouw is, dat zij prak-
tisch zij, geschikt voor het bedrijvige leven; want zonder den gezon-
den grondslag eener geregelde, niet door schulden bezwaarde huishou-
, delijkheid kan er geen harmonisch ontvouwen van het leven des geestes
` worden verwacht. Het tweede moet zijn, dat zij niet vervelend en
terugstootend lomp zij, dat zij man en zoon wete te boeijen, ook na-
dat die zoon de kinderschoenen is ontwassen."
Gulden woorden voorzeker, en ongaarne zouden wg er een van missen.
Gulden woorden, en - toch, en toch .... Wanneer ik mij voor-
stel, dat ik het voorregt mogt hebben van zitting te hebben met
Bertha in een vergadering, waarin zü haar brief als advies had voor-
gedragen, zeker zou ik haar, in spijt van alle Saaimannen, mijn warme
sympathie betuigen; maar vervuld met een achting voor de vrouw,
die verbiedt haar als porseleinen popje te behandelen, geloof ik, dat
ik mij de opmerking zou veroorloven: Mijnheer de voorzitter! De ge-
achte afgevaardigde uit - Weimar zal ik maar zeggen, heeft daar
uitnemend regt laten wêervaren aan haar onwaardeerbaar geslacht:
inderdaad wensch ook ik in alle bescheidenheid müne zwakke krach-
ten (zoo heet het immers?) te wüden aan het verheven doel om de
schoonste en beste helft van ons geslacht haar lang miskende regt te
helpen verwerven. Met de geëerde spreekster wil ik, dat geen der
vermogens van de vrouw veronachtzaamd worde; dat geheel haar rijke
aanleg kome tot volle ontwikkeling; ook mijn ernstige wensch is het,
dat zij goed worde, en wijs, en krachtig. En toch, de geachte af`-
gevaardigde zie in mij niets dan`een trouwen bondgenoot, wanneer ik
mij veroorloof een bescheiden amendement voor te stellen op haar
>>eenvoudige” bepaling van de bestemming der vrouw: >>Goed en ge-
lukkig te worden/’ Werd het mij vergund, ik zou haar een twee-
voudige bestemming aanwijzen, en mijn wensch zou zijn, te lezen:
>>De bestemming der vrouw is goed te worden en gelukkig te maken."
Ik meen inderdaad, Mijnheer de voorzitter, dat mijn amendement
slechts een verduidelijking is van de blijkbare bedoeling der geëerde
spreekster. Het kan in de verte müne bedoeling niet zijn, Mijnheer
de voorzitter, ons geacht medelid Bertha te verdenken van dat ver-
fijnde egoïsmus, hetwelk in eigen ontwikkeling bevrediging zoekt, en
vergeet, dat de mensch - en de vrouw is immers ook een mensch,
Mijnheer de voorzitter! - lid is van een geslacht, burger van een
maatschappij, en dat hij niet maar voor zich zelf te leven heeft en
niet maar aan eigen verhoogd levensgenot mag denken. Zoo iemand,
de geachte afgevaardigde -­ uit Weimar is diep doordrongen van de
l
l