HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 40

JPEG (Deze pagina), 649.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

38
gedeeld worde? dat de Inspecteur zelfs medewerke tot eene « A _
benoeming, al is het dan slechts middellijk? Heeft dan de
j ondervinding bij de wet op het lager onderwijs ook niet het
I nuttige van dergelijken maatregel doen kennen, en zal die
j hier, ook bij het noodzakelijke wegvallen van vergelijkende
2 ’· examens, minder nuttig wezen?
Moet cr in Art. 29 niet een maximum van duur voor eene
vacature worden bepaald, waarop Art. 6 doelt? En is in dit
Art. 6, 2e lid, voor ,, inrigtingen van middelbaar onderwijs"
niet liever te lezen ,,inrigtingen van openbaar middelbaar
_ onderwijs"? Dit is toch de bedoeling, want anders kan er wel
niet van vacature sprake zijn; en nu zoude, bij de lezing
A zoo als zij voorkomt, ligt misbruik hiervan kunnen worden ge-
maakt op bijzondere scholen, waar alsdan een onbevoegde niet _ "
zoude kunnen worden geweerd, wanneer maar de een of ander
bevoegde aan de school slechts zijnen naam wilde leenen, en
2 minstens tweemaal in het jaar op de school verscheen.
8. Ziedaar eenige gedachten, die het wetsontwerp bij mij '
deed ontstaan, en waarvan de slotsom is, dat van den geest {
daarvan veel heilzaams is te wachten, ook al werd de naam A
niet veranderd: zoodanige verandering, met de gevolgen daar- »
aan verbonden, zoude echter strekken moeten, om het nog j
nuttiger te doen werken (39). l E
(39) Geheelc instemniing zullen voorzeker bij ieder weldenkende A
l de woorden van het V. V. blz. 13 vinden: » dat, zoo er voldoend ;
j uitzigt bestond om het groote doel der wet te bereiken, zij zich i
·,: door de daartoe vereischte uitgaven niet zouden laten afschrikken. X
Dat doel ­- men zeide het den Minister van Binnenlandsehe Zaken IA
na ~ was het door den staat te brengen offer waard." A
’ i
A
K
L. ly »‘§;,, r v