HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 38

JPEG (Deze pagina), 676.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

{7 A V

ä
g.
. 36
. ' '
sehen ware geweest. En waaraan ook anders 1S het gebrek l
aan geschikte onderwijzers toe te schrijven, dat thans onder-
, vonden wordt, en waarop gedoeld wordt in Mem. van Toel. j
‘? .. .. ï
; bij Art. 90? Vanwaar het verschijnsel, dat vroeger onder-
ï scheidene gepromoveerden zich aan het onderwijs wijdden,
F thans een groot deel zich daarvan terugtrekt? En toch, het
= zal hier wel geen betoog behoeven, ·-­­ en ook wel niet aan een l
eenzijdig oordeel worden toegeschreven, ­- wanneer gezegd j
` wordt, dat daarmede het onderwijs wordt benadeeld, dat het
niet in aard en strekking dat kende worden, wat men daar- ä
van kan en mag verwachten.
5 7. Toezigá. (34). Over het toezigt, naar Art. 46 aan bur-
gemeester en wethouders opgedragen, is reeds het een en K
ander geschreven, en wel in dien zin, dat dit beter aan eene r
l
commissie konde worden toevertrouwd ; men zoude dit althans
9 facultatief kunnen stellen (35). A
Een bezwaar, dat er bestaan zoude in het onderwer en van .
l
dezelfde school aan twee Inspecteurs, zoude vervallen, wanneer A
die voor de landbouw tot het hooger technisch onderwijs werd
gebragt. Ook anders toch moet zulk een zamentretfen om der
gevolgen wille vermeden worden, is zonder veel nut, en kan .
E op de school zelve zeer verkeerd werken; bovendien werd er
(34) Als onderwerpen, die nog onder loezigl dienden gebragt t
te worden, noemt het V. V. l>i` Art. 52 dat oJ srlreelloltalen en l
.| l 7
werkelijk is hier eene dergelijke bepaling als bij de wet op liet
l lager onderwijs zeer wenselielijla en geenzins overl‘odig;-- bij Art. 8
l en Art. 30, dat een ontslag ter zake van ergerlijlr levensgedrag I
noodzakelijlt verlies der bevoegdheid tot het geven van onderwijs I
ten gevolge incest hebben. I
(35) Hetzelfde middel wordt in het V. Y. bij Art. tG voorgesteld, V
nadat hier het toezigt van burgemeester en wethouders >> weinig
ej aanbevelingswaardig" was genoemd.
LE
i,