HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 695.18 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

af
i
l
E 32
l
li • • ,
Dat de herhaling en voortzetting dezer (ll‘1B levende talen, -
vooral met het oog op hare letterkunde bij de polytechnische
l
l school noode gemist wordt, werd reeds boven aangestipt (26);
; en inderdaad zoude zulk een tegenwigt wel noodzakelijk zijn,
om nevens eene massa van kundigheden, die de leerlingen _
s .. . l
· moeten verkrijgen om voor hunnen loopbaan geschikt te worden,
ook eenige elementen van die leerstof te brengen, welke bij-
zonder geschikt wordt geacht tot vorming van smaak en tot l
opwekking van kunstzin; deze toch kunnen zij geenzins ont- in
beren, willen zij den naam van beschaafde burgers j
waardig zijn, en zich in staat gevoelen om naast en niet 2
beneden de kweekelingen der universiteit de maatschappij in ,
te treden (28) ; om dezelfde oorzaken zoude het onderwijs in
de kunstgeschiedenis bij dat in bouwkunde behooren.
Van eenen anderen aard, maar daarom niet van minder
t belang, is het opnemen althans van herhaling en bijhouding
van het onderwijs in taal en geschiedenis aan de voorloopige
zelfs niet voornamelijk, in het verschil van leerstof of leervakken: ,
veel meer in den leervorm, de methode van het onderwijs zelve.
27 lletzelfde denkbeeld wordt V. Y. bi' Art. 40 bes Jroken l
.l l » _,
ook ongeveer uit hetzelfde oogpunt cn met dezelfde beweegredenen.
· (28) liet Y. V. blz. 3 zegt: ‘»_En wanneer men zich dan aan l
de eene zijde iemand voorstelt, die in de volle kracht des woords
zijne studie aan de hoogeschool volbragt heeft, en aan de
andere zijde een geoefend polj‘tei·lmicus, dan is het onderscheid
tusschen beiden in het oog vallend, en wat algemeene kennis en
beschaving betreft teu voordcele van den eerste." Ook al stelt
V men zich de gegevens meer gelijk voor, als hier wel schijnt ge-
r schied te zijn, - een slechts geoe fend polj*teclmicus staat op een
' anderen trap uit zijn standpunt dan de omschreven student, -
zoo zal er toch altijd een kenmerkend onderscheid blijven bestaan
r tusschen de beschaving van beiden, al zij het dan slechts in j
hoedanigheid: het is evenwel te wenschen dat het onderscheid j
jj in hoeveelheid steeds minder worde. [
nl l
( l
ll A Y V ’j"‘··v· ·· A>• · j l l ll