HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 629.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

l
y`
sr
dat ze noodig zij, zal wel niemand beweren, -­ is dan het nut
niet te duur gekocht? Men wijze hier niet op onze naburen, i
op Frankrijk en Belgie, waar de taal zelve uit het latijn is
ontsproten, - op Duitschland, waar de grammatica geheel op ij
eene latijnsche leest geschoeid was, en latijn tegelijk met de
moedertaal wordt onderwezen (en wat is het oordeel der
Duitsche paedagogen over de plaats van het latijn op hunne jl
i Realscholen ?), - op Engeland, waar het latijn bij overlevering ij
l zoodanig in het, daar trouwens van het onze toch zoo verschil-
lende, onderwijsstelsel schijnt ingegroeid te zijn, dat zelfs de i ii
_ kweekelingen der lagere school het latijn onder de vakken van
hunne examens moeten tellen. Bij ons is geene dezer drie
oorzaken aanwezig, en wij mogen er dankbaar voor wezen,
dat dit ontwerp het latijn niet opnam. Doch hebben dan de t
j voorstanders der oude talen regt om zich te beklagen, of om ‘
te vreezen, dat hare studie geheel verdwijnen zal? Gelukkig _ i
niet; de leergang op de Gymnasien, door deze wet gezuiverd T
zijnde van alle vreemde inmengselen, dáár soms bij elkander
* versmelten, - ik spreek hier van den leervorm, niet van de
E leerstof; want wie zoude ooit wenschen kunnen, dat op L
al de Latijnsche scholen aan de nieuwe talen en aan de wiskunde I
het eenmaal verkregen burgerregt weder werd ontzegd? -­
zoo zal men zich nu ongestoord kunnen wijden aan het eigen- jï
aardige doel, dat men daar thans zuiver op het oog zal kun.-
nen houden: dat onderwijs zal er zeker bij winnen, en de i
uitkomst zal nu niet meer op den storeuden invloed der i
. tweede afdeelingen behoeven te wijzen (26). i
‘ (`IZG) Men ziet het, hier wordt goenzins het gevoelen gedeeld ij
van hen (Y. Y. blz. 5), die in de oprigling van hurgcrseholcn den ij
ondergang der latijnsche scholen ol` gyninasieir zien. llerhalcn wij il
T het: het groote vorsvhil tussvhen heide inrigtingen ligt niet alleen,
E Q
I ' ·
li
il
gi.
fi
­ a
5
r N _ ej g j ft