HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 28

JPEG (Deze pagina), 683.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

we M .".-::;v‘·v‘~v2:# W W .,;. . W, `. ,..U Y V
26 ri
hoort toch wel altijd onder het stelsel dezer wet. Verder
wordt er nergens melding gemaakt van eene gelegenheid, om
leeraren voor de scholen van dit onderwijs te vormen. Zeker
kan het voor velen hunner wenschelijk zijn, eene universiteits-
opleiding te genieten, vooral in den beginne, zoo lang het
stelsel der scholen nog niet goed gevestigd is, hare leermethode
en haar leergang nog eerst aan het ontstaan is. Later evenwel j
zullen er ook velen eene opleiding verlangen bij de inrigtingen jl
p der wet zelve, als het meest met haren geest doortrekken.
Biedt nu daartoe niet de polytechnische school de eigenaardige,
geschikte gelegenheid aan (19)? De leerstof zoude daartoe i
slechts met opvoedkunde behoeven te worden verrijkt, behalve
nog met eene rigting, wier geheele gemis bij Art. 40 wel
eenigzins bevreemdend mag heeten. Ik bedoel kunstgeschiedenis ik
en vooral nieuwere talen, inzonderheid letterkunde, als voort-
L zetting en ontwikkeling, eerder dan als onderhouding van het op
de voorafgaande scholen geleerde; dus voor de nederlandsche,
fransche, engelsche en hoogduitsche talen. Zulk eene rigting
t zoude door eene afzonderlijke, algemeene afdeeling aan die
school kunnen worden vertegenwoordigd. jj
4. Opzágzfing, Subsidie. Iets vroeger werd er reeds over
het subsidieren van scholen gesproken; dit beginsel verdient
i wel eene afzonderlijke behandeling, daar het, wel is waar ver-
keerd, maar ook zeer goed kan werken.
Volgens het ontwerp zullen er ongeveer een dertigtal steden i
zijn, die lagere burgerscholen zullen moeten oprigten, zeer
’ zeker nog andere, die zulks zouden wenschen. Voor den
dwang valt te zeggen, dat de scholen, minder kostbaar zijnde, t
ï ---
: (11)) De gelegenheid tot dergelijke opleiding wordt V. V. blz. ll l
j reeds ondersteld, maar daartoe zoude dan toch nog de opname der f
j door mij genoemde vakken in Art. 40 noodzakelijk zijn. V
E
l ‘ =­ . . er