HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 652.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

23
het onderwijs. Het moet toch worden uitgemaakt, tot welk
sehooltoezigt de school behoort; anders zullen er zeker scholen
voorkomen, waarop twee magten toezien, en dit zal aanleiding
tot botsing geven (10), - of andere, die aan beider toezigt
ontglippen, en dit zal wel de bedoeling van den wetgever niet
zijn. Het is wel een moeijelijk punt (11), dat door de wet
j van Aug. 1857 op de schouderen van dit ontwerp geschoven
is, maar verdient toch behandeling en wettelijke beslissing·
In verband hiermede dient ook Art. 72 van de wet op ’t lager
onderwijs te worden opgeheven (12), met alle aankleve daarvan. I
Indien het niet mogelijk is, bij de wet eene zuivere lijn te
trekken, ware het toch wensohelijk te bepalen, wat er in gevallen
van twijfel te doen zij (13).
Afgesoheiden van deze laatste vraag, levert ons het stelsel
(10) Ook dit punt wordt V. V. bij Art. M behandeld: er wordt
gewezen op de bezwaren aan eene dubbele inspectie verbonden.
(ll) Zonde ook de nieening, in hetV. V. bij Art. luitgesproken,
van toepassing kunnen zijn, » dat niet het leervak op zich zell`.
ë maar alleen de zamenhang en volgorde der vakken hier beslisse, i
zoodat de vraag, of eene sehool onder de inrigtingen van (dit
wetsontwerp) ware te rangschikken, eeniglijk afhing van die, wat
het hoofddoel der inrigting ware/’ llet beginsel is wel zuiver,
maar is de toepassing hier mogelijk`?
(12) llet V. V. spreekt ook bij Art. 95 over dit Art. 72 der
wet op het lager onderwijs; maar uit Art. 95, in verband met
de Mem. van Tool., volgt die ophefling nog niet duidelijk.
(13) lletzelfde middel wordt V. V. blz. (S omtrent het elassili­
eeren der inrigtingen van middelbaar (in de beteekenis van het
wetsontwerp) en hooger onderwijs aangegeven. lloezeer voor het
oogenblik de noodzakelijkheid eener bepaalde grens in die rigting
r nog niet zoo dringend schijnt, en ook alligt met de aanstaande
wet op het zuiver-wetenschappelijk onderwijs zal moeten zamen- .
° hangen, ware toch zulk eene bepaling wel wensrhelijk, en kende
I welligt, met de door mij voorgestelde vereenigd. in 'l`itel Vllv I
overgangsbepalingen, worden opgenomen. r
`
l

.i. '- ·-­·- Y .v, . v , . f