HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 685.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.02 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

'
K
18
2
Beginselen van zuivere en toegepaste wiskunde (5) in den `
ruimsten zin, met teekenen verbonden, en natuurwetenschappen 1
(Art. 13) zullen dus hier hoofdzaak moeten zijn; het onderwijs
zal dus hier een afgesloten geheel moeten vormen, daar de °
leerling, bij het verlaten der school, van verder onderwijs in
den regel verstoken blijft (6). Er wordt gesproken van dag-
en avondscholen; -- voor de laatste vindt men geen cursus (
opgegeven, die echter misschien met dien der dagschool, Art. 18,
(ook in omvang?) moet overeenkomen. In het eerst zullen wel
de avondscholen (ook vroege­morgenscholen ?) het drukst wor-
den bezocht; later echter zullen de dagscholen, dit is althans
‘ vooral te hopen, de meeste leerlingen tellen. Van deze scho-
(5) Hierover spreekt ook V. V. bij Art. i3, letter rz, en geeft
in bedenking om van » lagere wiskunde" te spreken: dit gaat wel
aan, want om het onderwijs hier tot » dillerentiaal- en integraal-
rekening" op te voeren, zal wel immer tot het onmogelijke he-
hooren, cn zoude ook geenzins wensehelijk zijn, als te zeer in
strijd met de ontwikkeling der leerlingen.
Onder letter i wordt over »warenkennis," de >> leer der bouw-
stoffen en die der zamenstelling van metselwerk, houtverhanden, enz."
gesproken. Geen dezer vakken behoort echter op deze school te huis,
. althans in den zin, als zij daar schijnen opgevat te zijn. Bij het
teekcnen kan van het laatste iets voorkomen, hij het onderwijs
in natuurkundige wetenschappen ook wel iets, wat tot de eerste
zoude kunnen worden gerekend, maar verder zal het hier wel niet
mogen kernen.
((3) liet denkbeeld, V. Y. blz. ll geopperd. dat de oprigting
dezer scholen met de opheffing van het meer uitgebreid lager
onderwijs zoude kunnen gepaard gaan, berust m. i. op een mis- i
’ verstand. Beide onderwijs heeft tech weinig gemeen, dan misschien
den naam van enkele onderwijsvakken: de aard van het onderwïjs
is ten eenenmale onderscheiden, en moet aan geheel verschillende
behoeften voldoen. Maar ook afgescheiden daarvan schijnt de op- ·
hefling van het meer uitgebreid lager onderwijs niet zoo onhepaald
wenschelijk.
l
t

l
t jl
‘t