HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 645.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

13
V punten te bespreken zijn; omvang en strekking van het onder-
5 wijs, indeeling der scholen, oprigting en subsidie, vakken van
j onderwijs en examen, onderwijzers en toezigt.
Omvang en sire/cking van het ondeïwüs. Het ontwerp geeft
: meer en minder dan het naar deze schets zoude bevatten: het
j sluit namelijk de school (az) uit en neemt de scholen (e) en (f) op.
Q Het behandelt dus eigenlijk de scholen (B), en werkelijk komt j
j dan ook de bepaling der Mem. van Toel. overeen met hetgeen lt
boven gezegd is met het oog op de onderwezenen en hun doel
met het onderwijs. Genoemde bepaling met hare gevolgen geldt j
x dan ook rn. i. ten volle, mits men voor ,, hooger" en ,, middelbaar"
D onderwijs de verdeeling (A) en (B) stelle, hier voorgestaan.
{ En vervalt, of verandert het ontwerp daarmede van aard en
strekking? Geenzins voorzeker. Integendeel, men kan met regt E
beweren: het in den regel consequente zamenstel, de onmis-
kenbaar nuttige strekking der wetsvoordragt heeft men daaraan
te danken, dat het niet het tweeledige middelbaar onderwijs,
met het eigenaardige verschil in rigting, op het oog had, maar
juist het toegepasbwetenschappelijk onderwijs van den beginne
t aan geheel opbouvvde, en daarbij steeds dezelfde rigting behield.
. Maar, is die naam geheel zonder verderen invloed gebleven?
j Ik meen, niet geheel. Hij toch bragt er toe, alle scholen bijeen
( te brengen onder één hoofd, en geen onderscheid te maken,
zoo als toch m. i. de aard der zaak, althans de geleverde schets,
het vorderde. Vandaar, dat Art. 12 vier soorten van scholen
bij elkander voorkomen, waarvan de beide laatste eerder af-
zonderlijk behooren, hetgeen omtrent de laatste naderhand in
Hoofdstuk II ten deele toch geschiedde: maar waarom in of
bij dat Hoofdstuk de landbouwscholen ook niet opgenomen?
Bij deze zijn toch evenzeer ,, uitgebreide en meer technische
t (hier met het oog op den landbouw) kundigheden noodig, dan
l


{I