HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 618.46 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

11
voormelde karakter uitsluitend aan iedere rigting toekwam.
Gelukkig echter is zulks het geval niet; het formele doel moge
bij het eerste hoofdzaak wezen, het reeele kan toch daarbij niet
worden voorbij gezien; het reeele doel moge zich bij het
tweede het meest doen gelden, het kan niet worden bereikt j
met over het hoofd zien van het formele. Hier toch ook staan tp
j` leervorm en leerstof in een naauw verband.
Wordt bij dit middelbaar onderwijs ,, de bijzondere bestemming l
van den leerling buiten rekening gelaten ," zij treedt daarentegen
bij het tweeledig hooger onderwijs op den voorgrond. En dit
is natuurlijk, daar hier de leerstof zoo uitgebreid is, dat er
eene keuze moet worden gedaan van hetgeen een ieder voor
zijn leerplan behoeft; en in die beteekenis heeft men hier j
met vak-onderwijs te doen. Niet als of hier in ieder vak j
wordt onderwezen, tot eenig vak wordt afgerigt: die praktijk
behoort hier niet te huis, en is eerst na afioop van het hooger
onderwijs te verkrijgen, voor een ieder op zijne eigene werk-
plaats. Maar het hooger onderwijs zelf moet hem in staat
ll stellen, daar met vrucht te kunnen werken; en daartoe moet
f de leerstof in de twee rigtingen zeker zeer verschillen, veel
i meer dan bij het middelbaar onderwijs; zoodat dit dan ook
j hier voor den oppervlakkigen besehouwer reeds duidelijk wordt,
E en geen betoog behoeft. Zijn bij het zuiver­wetenschappelijk
onderwijs de wetenschappen in en om haar zelve hoofdzaak,
wordt er van hare geschiedenis, van hare methode veel werk
gemaakt, met enkele aanwijzingen voor hare toepassingen mis-
schien; -­-· bij het toegepast-wetenschappelijk onderwijs treedt
· die toegepaste wetenschap zelve te voorschijn, en wordt zij uit
dat oogpunt en met dat doel onderwezen, met verwijzing op
de hier weder zich aansluitende praktijk. Want hierbij valt wel
l op te merken, dat het onderwijs zelf in geene praktijk mag