HomeGedachten over het ontwerp van wet tot regeling van het Middelbaar Onderwijs van 6 Junij 1862Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 624.46 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 26.48 MB

8
waren noodig geweest, -­ zij zijn toch ligt te onderkennen, waar
het iemand lust, den gang der denkbeelden, de opeenvolging
der zeer onderscheidene pogingen, na te gaan. Is deze ont-
wikkeling eene toevallige? Ik geloof het niet: zij ligt veeleer
in den aard der zaak; zij spruit voort uit de onbekendheid
met het veld, dat te bearbeiden viel, en uit de eigenaardige
moeijelijkheid, die er juist in gelegen is, om een geschikt
overgangsonderwijs in te rigten. jl
En zoo kan dan in het algemeen het onderwijs vooreerst
aldus worden verdeeld:
Lager onderwijs, dat, voor allen gelijkelijk, de eerste Z
ontwikkeling geeft.
Middelbaar onderwijs, dat op dezen grond voort- g
bouwt, en eene algemeene ontwikkeling ten doel heeft,
zonder nog de bijzondere bestemming des leerlings op j
het oog te hebben. l
Hooger onderwijs, dat de bijzondere bestemming van g
den leerling op het oog heeft, en in dien zin vak­onder­
wijs mag heeten. °
Maar niet alleen wat de leerstof betreft, voldoet zulke
verdeeling aan de eischen der opvoedkunde, de leervorm
wil ze even zoo goed. Is bij het lager onderwijs het aanleeren
der eerste kundigheden hoofdzaak, bij het middelbaar gaat het
aanleeren allengs over tot eigen denken, tot eigen werk, altijd
nog naar een vast leerplan, waaraan de school zich te
houden heeft. Bij het hooger onderwijs is de leerling tot
A eigen onderzoek, tot zelfwerken gekomen, en zoekt onder de
leiding zijner leermeesters zich te bekwamen, om later, wel
toegerust, in die maatschappelijke betrekking te treden, die
hij zich uitkoos.
j In een naauw verband eindelijk met leerstof en leervorm
'E
M
i
ir
E
ix