HomeHoofden in school of niet?Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 753.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 30.69 MB

18
geschiktheid der betrokken onderwüzers buiten beschouwing
laten. In zoodanig geval erkennen dan in de praktük ­- al
is ’t niet bewust en niet met het woord - de onderwijzers
wel de verantwoordelijkheid van het hoofd: tot hem komen
ze met hun klachten (verwüten ?): hij immers is de man, die J
’t geheel overziet, hij in de eerste plaats kan met grond
beoordeelen, waar of waarin de fout schuilt; hij moet maat-
regelen nemen, hü stelt veranderingen voor, al of niet geamen- 2
» r·» deerd door de onderwijzers, met wie hg natuurlük een volledig j
overleg pleegt. i
Als zoo’n verandering of zwenking op methodisch gebied
met de verwachte vruchten geeft, dan wordt de verantwoor- ‘
delijkheid met voorliefde gegeven aan ’t hoofd; .... en toch
kan het zijn, dat zijn ,,mannetjes" niet deugen.
De onderwijzer heeft gelegenheid - te goeder trouw -
minder goede vorderingen te wijten aan de leerlingen, aan de,
zoo rekbare, omstandigheden, aan den voorganger! (wat bron
van onaangenaamheden voor de ,,republikeinenl!") enz.; aan
eigen tekortkomingen denkt hg allicht het laatst; in ’t alge-
« .· meen zijn wüzelven niet de eersten, om onze eigen gebreken M
r op te merken. Het hoofd dient op tactvolle wijze den onder-
wijzer op zgn minder goede hoedanigheden te wüzen; zal dit »
evenwel wat geven, dan dient de op- of aanmerking met I ‘_
respect en welwillendheid te worden aangehoord en dankbaar e`;
ter harte genomen; maar waar in den tegenwoordigen tüd elk · H
der daden en uitingen van een hoofd gevaar loopt te worden Q
toegeschreven aan zijn heerschzucht, worden voor hem dubbel i
moeilijk de gevallen , waarin hij zich verplicht rekent, werkelijk V,
zijn gezag te doen gelden. ’t Heeft er nii vaak van, of een g
onderwijzer zich richt naar den - bescheiden uitgesproken en *
voorzichtig gestelden -- wensch van het hoofd, bij wijze van
gunst, uit goedaardige, verschoonende welwillendheid.
Intusschen, volmaakt is ook het hoofd niet, al zal ’t be-
wustzijn, een voorbeeld te moeten zijn voor zijn personeel
hem voortdurend op zich zelven doen letten ­- de controle is
wederkeerig! -; waar echter eenmaal ’t idee is gerijpt bn den
ondergeschikte, naar fouten te zoeken bg den meerdere, daar
zal hij die ongetwijfeld vinden en heel vaak zal het dan ook