HomeHoofden in school of niet?Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 761.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.36 MB

PDF (Volledig document), 30.69 MB

· 16
althans in deze tüden der onvolmaaktheid, nu het duizendjarig
rijk nog niet is gekomen. En wie een beetje de praotijk van
het sohoolleven kent en met de verhouding der onderwüzers
onderling eenigszins vertrouwd is, weet, dat we daarvan nog
verre zün verwijderd. De meesten zijn 0, zoo gevoelig,
wanneer een collega iets op hun klasse of op een hunner
leerlingen heeft aan te merken. _ · ‘ “ _ , i e
(Waarom hebben de onderwijzers er in ’t algemeen J K ·
zooveel tegen, elkander in de klassen te bezoeken, ten
_ ` einde elkanders deugden en gebreken te leeren kennen
e en er hun voordeel mee te doen? Zou ’t ook zijn, omdat r.
( · _ er zooveel individueels is in de opvattingen en . . . zooveel .
· g vvaags, zooveel gebrek aan werkelijke overtuiging? De
c een ziet de zaken heel anders in dan de ander en velen
._ zien heelemaal niets in: ze werken op den sleur. Wat
( ` al verscheidenheid van meening over de waarde der ver-
l schillende leervakken, ja, over de waarde van het geheele
onderwüs! En hoevelen zijn er, wien dergelüke moeilüke
r quaesties volkomen boven het begrip gaan en die er
Y _ maar zoo'n beetje op los werken, vaak machinaal weg:
` veel, veel meer dan Publiek denkt). '
En inderdaad is dat ook een teere questie. Waar immers
dezelfde klasse bg den een een voorbeeld is van orde, welwil-
lendheid, netheid, vlüt, ja zelfs van ridderlijkheid, zal ze bg
den ander allerlei gebreken en ondeugden openbaren. Dat ligt
’m dan aan ’t mannetje, dat er voor staat. Een aanmerking
op de klasse of op een leerling is er inderdaad vaak een op ,,
dat mannetje.
Daarbij komt nu het groote ongeluk, dat in ’t gestelde ge-
val werkelgk tot een ramp kan worden, dat het verwerven
van zelfkennis, door den jongen mensch gemeenlijk zoo uiterst
gemakkelük geacht - uiteraard denkt ieder zich een ,,nor­
maal" mensch! - toch werkelijk en inderdaad zoo eeuwig
moeilük is. De ,,i`eilen toonende vriend" speelt in den regel
dan ook niet de aangenaamste rol en heeft dikwijls reden om
· over verregaande kortzichtigheid en kleinzieligheid te klagen
(Als verzachtende omstandigheden kan in casu o.a. ,­·
de vaak kleinzielige, quastwetenschappelijke peuter­oplei·
ding worden aangevoerd).