HomeFondamenteel stelsel der landbouwkunde of eerste grondkennis waarvan de landbouwkunde moet uitgaanPagina 27

JPEG (Deze pagina), 649.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 27.65 MB

25 ·
en som1nige zandgronden zijn smalle akkers minder be-
hoefte. -­ De redenen waarom men op kleigronden smalle x
akkers en diepe gruppels hebben moet, zijn deze: -­ het
is niet genoeg, dat de akkers rondachtig liggen en het
regenwater regelmatig afloopen kan , maar het water moet
ook tot de zijden der akkers uit den grond in de grup-
igj pels kunnen uitzijperen, en hierdoor bevordert men: 1,
S dat de grond meer openingen (porieusheid) verkrijgt,
ik waardoor het regenwater telkens dieper zinken kan. -
2 , dat de min vruchtgevende waterstofdeeltjes met de groote
E massa water beter kunnen afzijperen en het water meer
_ in beweging blijft, waardoor de meer vruchtgevende wa-
terdeeltjes beter met de aarde vereenigen. - 3, Dat lucht
en zonnevuur, door gezegde poriën de bovenkorst der
aarde gemakkelijker en dieper kunnen indringen, waar-
j door de vier hoofdstotlen onderling meer vrij en onbe-
1 lemmerd kunnen werken. - En á, omdat het water, -
j zoo als boven is gezegd, - dieper zinkt, en hetzelve al-
l zoo door lucht en zonnevuur langzamer wordt opgeheven,
j en immers niet zoo spoedig uitdroogt als gelijksoortige
landen welke geene, of te ondiepe gruppels hebben. ­­
Wijders, wanneer bouwlanden te harde of digte onder-
, grond hebben, zoo als b. v. de Velst, de Oer, enz. de
ii Zanetqrondert, de Knip, de Klei, enz. der kleilanden en
j men dezelve breekt, door zoodanig diep om te spitten,
j dat men die hardigheden of digtheid , zoo veel mogelijk,
l weg neemt, en men de bovenste groeiaarde boven houdt,
i dan kan het water, hetwelke op die harde of digte grond
staan bleef, veel gereder en dieper doorvloeijen, en daar-
V door zullen de landen minder aan overmatige natte en
droogte te lijden hebben; en water, lucht en zonnevuur
zal onderling vrijer werken, terwijl daardoor de vrucht-
baarheid in hooge mate bevorderd zal worden. ­- Doch
wanneer de ondergrond uit slimpachtige leemseorten be-