HomeFondamenteel stelsel der landbouwkunde of eerste grondkennis waarvan de landbouwkunde moet uitgaanPagina 25

JPEG (Deze pagina), 629.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.77 MB

PDF (Volledig document), 27.65 MB

D 23
van voeding, bij deszelfs groeijen, hetwelke zonder die
bemesting, niet geschieden zoude.
Na nu het fondamenteel stelsel, de1· grondkennis van
landbouwkunde, uit de grondkennis der algeheele weten-
schap, in boven omsehrevene, zeven bijzonderheden , af-
_, geleid en geformeerd te hebben; ·- ga ik over om aan
il te wijzen, hoe men moet aanvangen om dezelve in be-
oefening te brengen.
Om dit ten aanzien der gewassen te doen; worden wij
l door opgenoemde bijzonderheden of bemerkingen, tot twee
i hoofdbeginselen geleid. ­ Het eerste hoofdbeginsel, is
gegrond, op de drie eerste, en het tweede hoofdbeginsel
op de vier laatste, aangehaalde bemerkingen, hierboven
in zeven bijzonderheden medegedeeld.
Door de drie eerste, is aangewezen, dat de vier hoofd-
stoffen, als: aarde, water, lucht en vuur, door middel
van het vuur der zonnestralen, in de bovenkorst der
aarde, ingevolge de onstoffelijke werking der natuur, on-
derling zoodanig worden bewogen en verfijnd , datde ver-
schillende soorten van stofdeeltjes, de verschillende soor-
ten· van gewassen zamenstellen, en alzoo doen groeüen;
of hetwelke althans groegen wordt genoemd; - en hier-
uit, mogen wij met zekerheid besluiten, dat wanneer aan
ieder der vier lioofdstoffen als: aarde, water, lucht en `
vuur, eene zoodanige aan elkander geevenredigde hoeveel- 1
heid stofdeeltjes in de bovenkorst der adrde aanwezig is,
dat niet een van deze vier, te veel of te weinig heeft, _
zoodat de natuur dezelve op de beste mogelijke wijze kan
doen werken, alsdan ook de gewassen op het allerbeste
moeten groeüen. ·-· Doch daar de benedengrond, van
verre de meeste vruehtgevende landerijen in Friesland,
te digt, te stijf, en op sommige plaatsen, te hard is ;of,
zoo dit het geval al niet is, dan is er toeh meestal in den
benedengrond , te veel stilstaande vochtigheid aanwezig, »