HomeFondamenteel stelsel der landbouwkunde of eerste grondkennis waarvan de landbouwkunde moet uitgaanPagina 24

JPEG (Deze pagina), 637.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.77 MB

PDF (Volledig document), 27.65 MB

22 i
Ook aardlagen, die op sommige plaatsen beneden de op-
pervlakte der grond gevonden worden, en alle zulke
vruehtgevende aardsoorten mag men aanmerken als mate-
riën welke uit gegroeide ligchamelijkheden zän bijeen ge-
komen , en door de werking der natuur, wel in staat van
ontbinding zijn geraakt, om tot de vier hoofdstofïen terug j.
te keeren, doch op eene andere natuurwerkende wijze, jl
zijn verhinderd om geheel ontbonden te worden; zoo als,
j bij voorbeeld , de dierlijke mest, welke tot bemesting van
bouw- en weiland wordt gebruikt, is slechts binnen wei-
nige jaren geheel ontbonden en verteerd; - doch als i
men dezelve drie à vier el onder kleigrond bedelft, dan blijft
i bij vele jaren, en als dezelve zeer diep bedolven wordt,
bijna eeuwen zich zelf gelijk, dewijl de ontbindende wer-
king der natuur, zoo als lucht en zonnevuur, weinig of
niets op die bedolven mest, werken kan, om dezelvege-
heel te ontbinden en tot dc vier boofdstoH`en terug te voe-
ren; doch die ontbinding begint weer op nieuw, als die
mest opgedolven en aan lucht en zonnevuur wordt bloot-
gesteld. - Door dit voorbeeld, kan men bevatten, om
welke reden er veel vruchtgevende aardspeciën voorhan-
den zijn, dewelke misschien ook in den benedengroncl
van heide en woeste gronden verborgen is.
Ten 7'den. De in de drie laatste omschrijvingen, ge-
· noemde mestspeciën, kunnen, ­- zoo als algemeen be-
kend en gebruikelük is; - door verstand en arbeid , tij-
', dens deszelfs staat van ontbinding, tot bemesting van bouw-
en weidland, tuinen, en boven, enz. gebruikt worden,
V en alzoo met de vier lioofdstoifen in werking komen ; Waar-
door dan ook de gewassen welke op die bemeste landen
en gronden groeijen, van de uit die mestspeciën ontbon-
den wordende stofdeeltjes door hunne poriën weder wor-
den opgevangen, en deze opgevangene stofdeeltjes dienen
dan alzoo, de gewassen op nieuw, tot veel vermeerdering