HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 7

JPEG (Deze pagina), 732.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

I
I
I
I
I I
Il.; !
.· I
I
I I
I 1I
1 ! ) " ‘
E Weldra zal ’t twintig jaren geleden zijn, dat de Maatschappij van
, Landbouw, Tuinbouw en Veeteelt, te Breda gevestigd, een uitnoodiging Q
i richtte tot de verschillende provinciale landbouw-maatschappijen, tot het
zenden van afgevaardigden naar Utrecht, om aldaar te pogen een Land-
I bouwraad op te richten en te constitueeren. Aan die uitnoodiging werd
, door vele afgevaardigden van landbouwmaatsohappijen gevolg gegeven.
E Doch de ontwerp-statuten, aan de verschillende maatschappijen toege- jj
{ zonden, vonden geen onverdeelden bijval. Men kon het niet eens worden; I,
en de vergadering te Utrecht eindigde zonder het gewenschte succes.
Voor en na dien tijd, werden soortgelijke pogingen aangewend; II
, _ doch alles wat van particuliere zijde werd gedaan om te komen tot ·
I een deugdelijke o1·ganisatie van den landbouw over geheel het land I
Iï mislukte of gaf een resultaat, dat slechts ten deele van beteekenis en Q
_ waarde was. Het bleek al meer, dat het nooit tot een dergelijke o1·ga­
Q nisatie, tot een Landbouw-vertegenwoordiging zou komen, indien de Rijks- Y
I overheid haar krachtige hulp bleef onthouden, indien het Rijk zelf niet
` '_ overging tot het in het leven roepen van een organisatie. Eerst in 1902
I heeft de Regeering gepoogd aan haar roeping op dit stuk uitvoering
te geven, door de indiening van het wetsontwerp ,,Instelling van Land-
` bouwraden". Dat wetsontwerp heeft nu den aanvalligen leeftijd van bijna
V! 2'/1 jaar bereikt .... en nog is het geen wet, nog ontbreekt een behoor-
_ I lijke, een gezonde Landbouw­vertegenwoordiging. I
‘I De vraag is zeker dikwerf bij U als bij 1nij opgekomen, hoe het toch
I komt, dat waar de Handel in de Kamers van Koophandel en de Zeevis- ,
`, scherij in het College voor de Zeevisscherij van Overheidswege een ver-
tegenwoordiging ontvingen, de landbouw door het Rijk niet in staat werd I
I gesteld zich te organiseeren. Een vraag, die vanzelf op den voorgrond I
yn moet treden, als men met den tegenwoordigen Minister van Vaterstaat
ä erkent, dat de Landbouw inderdaad de voornaamste tak onzer volks- I
I`· nijverheid mag genoemd Worden. Evenwel - voor hen, die geen vreem-
delingen zijn in onze parlementaire historie, moet het beantwoorden
{ van die vraag niet moeielijk vallen. Het is toch voor geen tegenspraak
Tri
i
l I