HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 29

JPEG (Deze pagina), 871.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

27
Artikel 26. 1. De kiezerslüsten worden aangelegd door de gemeentebesturen.
De daarmede verbonden kosten, zoomede die voor de verkiezing van de leden
van den provincialen landbouwraad, komen ten laste der gemeenten, in dier
voege dat, voor zoover niet bn algemeenen maatregel van bestuur anders is
bepaald, elke gemeente de kosten draagt der verrichtingen, waarvoor het be-
stuur van die gemeente heeft te zorgen.
2. De leden van het stembureau en hunne plaatsvervangers worden door
den gemeenteraad benoemd.
3. De beslissing van geschillen over de plaatsing op de kiezerslgsten en over
de toelating van de benoemde leden wordt opgedragen aan de (yedeputeerde
Staten, met beroep op Ons.
4. Bij algemeenen maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven
. omtrent:
het opmaken, vaststellen en openbaar maken van de kiezerslijsten;
de verplichtingen van bijzondere personen tot het doen van op aven en het
geven van inlichtingen voor het opmaken en vaststellen van de Iciezerslijsten
en voor de beslissing van geschillen over de plaatsing op de kiezerslijsten;
het stemmen, inzonderheid tot verzekering van het geheim der stemming;
de eischen, waaraan het stembiljet moet voldoen en de redenen, waarom het
van onwaarde moet worden verklaard;
de wüze, waarop en den tijd, binnen welken de gekozenen hunne geloofsbrie-
ven moeten indienen;
de behandeling van de in het derde lid genoemde geschillen;
de data, naar welke de aanwezigheid van de verschillende in deze wet aan
de kiesbevoegdheid gestelde eisehen beoordeeld wordt.
Artikel 27. De kiezerslästen worden voor de eerste maal opgemaakt in het
jaar, volgende op dat van het in werking treden dezer wet.
HOOFDSTUK II.
VAN DEN Rmnsnannnocwnnan.
1 áxrtikel 28. 1. Er is een Rükslandbouwraad, bestaande uit ten minste twaalf
e en.
2. De zetel van dien raad is de gemeente ’s Gravenhage.
Artikel 29. 1. De Directeur­Generaal van den Landbouw is van rechtswege
lid van den Rijkslandbouwraad. Voorts worden door iederen provincialen land-
bouwraad naar den Rükslandbouwraad één lid en één plaatsvervangend lid
afgevaardigd. __
2. Br] ontstentenis van een lid of ingeval een lid tusschentijds overlijdt of
aftreedt, wordt dat lid vervangen door zijn plaatsvervanger. Hetgeen in dit
hoofdstuk omtrent de leden van den Rükslandbouwraad is voorgeschreven geldt,
tenzij het tegendeel is bepaald, evenzeer voor de plaatsvervangende leden.
3. Vanneer de Rijkslandbouwraad van oordeel is, dat sommige takken van
het landbouwbedräf in zijn midden onvoldoende vertegenwoordigd zijn, kunnen
daarin door dien raad nog ten hoogste vijf leden en ten hoogste even zoovele
plaatsvervangende leden worden benoemd.
4. Leden van den Rijkslandbouwraad kunnen alleen zijn ingezetenen _des
Rijks, tevens Nederlanders, die noch bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren
noch in gevangenschap of hechtenis zijn en den leeftijd van dertig jaren heb-
ben bereikt. ·
D Artikel 30. l. De door den provincialen landbouwraad tot lid van den Rijks-
landbouwraad benoemde ontvangt onverwijld van den voorzitter van dien raad
bericht van zijne benoeming.
2. Binnen veertien dagen na het bekomen van dit bericht geeft hh aan be-
doelden voorzitter kennis, of hij de benoeming aanneemt.
3. Is hg door meer dan een provincialen landbouwraad tot lid van den Rijks-
landbouwraad benoemd, zoo moet hij, tenzü voor alle benoemingen bedankende,
daartusschen eene keus doen.
4. Hij wordt, laat hij den in het tweede lid bedoelden termün zonder kennis-
geving voorbijgaan, geacht de op hem uitgebrachte benoeming of benoemingen
‘· niet aan te nemen.