HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 23

JPEG (Deze pagina), 761.23 KB

TIFF (Deze pagina), 7.15 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

. 21 ’
j liberalen om den landbouw onder de bedrijfs-belasting te brengen, zou
een landbouw­vertegenwoordiging zich daarover niet mogen uitspreken?
Slechts de landbouwer, mijne lezers! heeft verstand van zün vak. l
~ · i Alle anderen weten er niets of heel weinig van. Ook ik natuurlijk. Maar
l ,'" wat ik wel weet, het is dit, dat als bij de behandeling van de landbouw- ,
` belangen de landbouwers op den achtergrond moeten treden en de niet- l
l landbouwers op den voorgrond ­ er van de behartiging dier belangen l
weinig of niets terecht komt. Dat staat als een paal boven water. De g
t voorstanders van het z.g. heeren-element beweren dikwerf, dat de land-
’ bouwers in Noord-Braband, Zeeland en de andere provinciën­- Groningen
E zondert menvaak uit, bewerende dat daar de landbouwers ontwikkeld j
l zijn - niet praten kunnen, hun belangen niet weten te bepleiten. Die
g bewering is volmaakt ongegrond. Zeker, menig eenvoudige landbouwer ,
l raakt de kluts kwijt, wanneer hij in een vergadering van een landbouw- `
j maatschappij de heeren heel geleerd en met veel stadhuiswoorden hoort
' redevoeren. Maar komt eens, in de winteravonden, in een woning van een
i Zeeuwschen boer, wanneer zijn buren een pijpje komen rooken - en gij l
staat versteld over de welsprekendheid. over de buitengewone kennis
. waarmede zij, boeren onder elkaar, het vak bespreken. Er is wel eens ‘
. 4 gezegd, dat de landbouwer eenzijdig is. In zekeren zin ja: maar in dien
J · zin, dat hij het meest en het liefst spreekt over zijn vak. ls dat ver-
_ werpelijk, is dat af te keuren? Naar mijn meening allerminst. Het ware
wel te wenschen, dat mannen van andere vakken. dat de stedelingen,
, die weleens van alles verstand meenen te hebben, ook iets van die een-
l zijdigheid hadden.
; Zulke menschen nu, die leven in en voor hun vak. die met hun werk
Z opstaan en naar bed gaan en er ’s nachts nog over droomen ~ zulke
{ menschen acht men niet bekwaam, niet geschikt om hun vak. om hun
, belangen door en in een vertegenwoordiging te behartigen. `t ls al te
. dwaas. ’t ls alsof de landbouwers behooren tot het niet­denkend deel
der natie.
Zooals het wetsontwerp aanvankelijk luidde, kon het, naar mijn meening,
voor geen enkelen landbouwer aannemelijk zijn. Gelukkig dat Minister
De lllarez Oyens eieren voor zijn geld gekozen heeft. Bij de Staatsbe-
grooting van 1904; had hij reeds gezegd dat zijn tweeslachtig stelsel niet
‘·? bestand bleek tegen de ingebrachte critiek. Daarop is zijn gewijzigd
wetsontwerp gekomen, waaruit bleek dat alleen de landbouwers de l’rov.
jg landbouwraden zullen samenstellen.
jj Dat was een stap tot den vrede. Het wetsontwerp is nu stellig veel
° meer aannemelijk geworden.
l Laten wij hopen, dat het ontwerp nog spoedig wet zal zijn en dat
ll alsdan op initiatief der Kamer de bepaling zal zijn opgenomen, dat de
1

js
F
l