HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 20

JPEG (Deze pagina), 916.81 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

j wy {
18
bedrijf uitoefenen op een stuk grond ter grootte van ten minste één
hectare - de kiezers zijn voor de Provinciale landbouwraden.
Onder het andere stelsel, niet in rechtstreeksche verkiezing, verstaat men
dit, dat de landbouw­maatschappijen de leden van de Prov. Landbouw- E
raden kiezen. Dit stelsel staat o.a. voor het Kamerlid Van Dedem, die ` i :
van meening is, dat alle landbouw­vereenigingen of maatschappijen alsdan
uitsluitend moesten bestaan uit landbouwers en veldarbeiders.
Ik voor mij acht, dat het beste isarechtstreeksche verkiezingen. Minis-
ter De Marez Oyens daarentegen had, gelijk ik reeds zeide, iets anders
voorgesteld. Hij wilde noch uitsluitend rechtstreeksche, noch uitsluitend
niet-rechtstreeksche verkiezingen; hij nam van ieder wat en had daar-
door een tweeslachtig, een dualistisch stelsel gegeven. Dit tweeslachtige
D' stelsel vond al dadelijk geen büval. Noch in de Tweede Kamer bij het
afdeelings-onderzoek van het wetsontwerp, noch buiten de Kamer. De
grootste grief, die tegen dat dubbelzinnig, dualistisch stelsel kon worden
` ingebracht is wel deze, dat daardoor aan de samenstelling van de land-
E bouw-vertegenwoordiging menschen zouden medewerken, die geen vak-
mannen zün. Van deze landbouwmaatschappijen toch kan ieder lid wor-
'A den, en nu mag toch gevraagd worden, of een notaris, een kantonrech-
Q ter, een predikant, een onderwijzer vakkennis heeft ten opzichte van den
lj landbouw. Waarom moet nu de gelegenheid opengesteld worden om aan _
" die menschen het kiesrecht voor de samenstelling van provinciale land-
bouwraden te geven?
A Hoe zou men er over denken, indien voor de kleermakers een eigen Y
j organisatie, een kleermakers- of confectie­vertegenwoordiging werd in het `
li leven geroepen en nu ook aan de koekebakkers het recht werd gegeven om
die organisaties samen te doen stellen? Wat heeft nu een koekebakker
verstand van het kleermakerschap? Geldt dit nu ook niet de landbouw-
vertegenwoordiging? Aan de samenstelling van de Kamers van Koophandel
en Fabrieken werken alleen personen mede, die bij den handel betrokken
H zijn. Daar houdt 1nen het oud-vaderlandsche spreekwoord hoog: schoen-
maker, houdt je bij je leest. Maar ten opzichte van het boeren­vak, daar-
E van schijnt ieder verstand te willen hebben, ieder praat daarover mee.
F Als men de heeren op de vergaderingen van sommige landbouw-vereeni­
l ` gingen hoort spreken over het boeren, zou men, oppervlakkig oordee-
lende, waarlijk gaan meenen dat ze het intrinsieke van het vak ken-
nen; en hoogstwaarschijnlijk weet geen hunner hoe een ploeg in
mekaar zit.
j Reeds om deze practische 1·edenen is het zoo beslist mogelijk af te
A keuren, dat niet-landbouwers zouden medewerken aan de samenstelling
van de landbouwraden. Doch bovendien, het beginsel van een goede ver-
tegenwoordiging verzet er zich tegen. Als men inderdaad een vertegen-