HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 18

JPEG (Deze pagina), 880.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

F
16
E ontwerp of tegen de uitwerking daarvan en de onderdeelen in het
ontwerp voorkomende.
x Wat het beginsel betreft - van zelf is daartegen ook verzet aange-
r teekend. Ik herinnerde reeds aan het Voorloopig Verslag. Ik herinner
1 verder aan het 54ste Landhuishoudkundig Congres in de maand Juni 1902 .
I te Zierikzee gehouden, - dus nog voor de indiening van het wetsontwerp-
1 welk Congres met meerderheid van stemmen een motie aannam, waarbij
,,voor een vruchtbare samenwerking tusschen den Staat en den Landbouw
,,een wettelijk georganiseerde Landbouwvertegenwoordiging niet noodig"
werd geacht. Intusschen mag hierbij wel gewezen worden op het feit, dat
T dit verzet tegen een eigen vertegenwoordiging van den Landbouw bijna
1 uitsluitend uitgaat of uitgegaan is van heeren landbouw­specialiteiten, en
dat indien de mannen van het vak zelven zich vrij en onbelemmerd hadden
1 kunnen uitspreken op dat Zierikzeesch congres, de motie stellig niet
zoude zijn aangenomen. Ik aarzel dan ook geen oogenblik om te verkla-
1 ren, dat indien er een referendum onder de landbouwers kon worden uit-
geschreven, indien zij met gesloten briefjes of wel onder elkaar zich
over het beginsel betreffende een landbouw-vertegenwoordiging konden
i uitspreken, zij zoo goed als unaniem zich daarvoor zouden verklaren.
L Het beginsel zelf kan dus hier veilig buiten bespreking gehouden
« worden, daar de belanghebbenden zelven daar voor zijn. Wel echter be- ·
°.` hoort even te worden nagegaan op welke wijze Minister De Marez Oyens
· dat beginsel heeft uitgewerkt.
y Dat is 11ier de hoofdzaak. Daarop moet de meeste nadruk gelegd . .
1 worden. Ongetwijfeld zijn niet zonder beteekenis de bezwaren, door een
f` vergadering van landbouwers en veehouders, 25 Februari 1903 te ’s-Gra-
P venhage gehouden, tegen de onde1·deelen van het wetsontwerp ingebracht.
O. a. deze drie bezwaren:
1. dat uit het wetsontwerp de tuinbouw verdwijne en bij deze wet
jl alléén de organisatie van den landbouw, waaronder verstaan wordt de
graanbouw en veeteelt, geregeld worde; dat desnoods bij afzonderlijke
wet de organisatie van den tuinbouw en aanverwante vakken wettig
j P worde geregeld;
{ 2. dat onder landbouwer niet worde verstaan een ieder, die 1 H.A.
bouw-, wei- en hooiland in exploitatie heeft, maar hij, die tevens geheel
j alleen van het landbouwbedrijf leeft; men wenscht 5 H.A., gelijk ook
§ . door Boaz wordt voorgestaan;
C? 3. dat in het wetsontwerp worden opgenomen Kamers van landbouw
` in de ondersoheidene districten van ons land.
Aan het eerste bezwaar is tegemoet gekomen door het gewijzigd ont-
werp; en over de twee andere bezwaren zou stellig heel wat kunnen ge-
praat worden. Het komt mü evenwel het veiligst voor, daarop thans niet
I