HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 17

JPEG (Deze pagina), 825.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

Q
' is 1
volge de theorie al te eenzijdig aan het woord komt, zoodat door die j
maatschappijen de landbouw zich niet uitspreekt. ,
, De Regeering verdient derhalve lof dat zij met een wetsontwerp tot
I instelling van Landbouwraden is gekomen. Doch te betreuren is ’t, dat
de Minister van Waterstaat een zoo tweeslachtig standpunt innam bij
· de formuleering, waaraan grootendeels is toe te schrijven, dat het wets-
ontwerp nog niet is behandeld, dat wij nog zijn zonder Landbouwverte- 1
genwoordiging.
Alvorens dit nader te bezien, zij eerst medegedeeld wat nu, bij het op j
8 Mei 1.1. ingediend gewijzigd wets­ontwerp, wordt voorgesteld. ,
~ In de eerste plaats zal er zijn in iedere provincie een provinciale à
lcmdbouwmad, bestaande uit ten minste elf en ten hoogste zeventien
leden met evenveel plaatsvervangers. E
Behalve een landbouwraad voor iedere provincie, zal er volgens het {
ontwerp ook een landbouwraad zijn voor het geheele Rijk, Rijkslandbouw- i
mad geheeten, bestaande uit ten minste 12 leden en een gelijk getal 1
plaatsvervangende leden. Zij worden gekozen door de Prov. landbouwraden ,
en moeten den leeftijd van 30 jaren bereikt hebben. Deze Rijksland­ 1
bouwraad zal gezeteld zijn te ’s Gravenhage. De leden worden, evenals
die van de provinciale landbouwraden, gekozen voor den tijd van zes
jaren en treden tegelijk af en zijn dadelijk opnieuw benoembaar.
., De provinciale Landbouwraden houden in de plaats, waar zij gevestigd
zijn, jaarlijks ten hoogste twee vergaderingen, ieder van ten hoogste .
, , vier dagen; de Rijkslandbouwraad houdt te ’s Gravenhage jaarlijks twee
' vergaderingen, één in het voorjaar en één in het najaa1·, ieder van ten
hoogste acht dagen. Met machtiging van den Minister kan de duur van
de vergaderingen van den Rijkslandbouwraad en van de provinciale
‘ Landbouwraden verlengd worden.
De provinciale Landbouwraden geven uit eigen beweging of op verzoek
voorlichting aan den Rijkslandbouwraad, aan de Ged. en Prov. Staten,
j aan de gemeentebesturen en aan de landbouwvereenigingen in de respec-
S tieve provinciën; zij wijzen vervolgens commissiën van beheer aan voor
{ de Rijksbijdragen, ter bevordering van provinciale landbouwbelangen
toegekend. De Rijkslandbouwraad geeft voorlichting aan de Regeering,
5 uit eigen beweging of op verzoek, natuurlük alleen over landbouwzaken;
i terwijl in het wetsontwerp nog bepaald wordt dat de Rijkslandbouwraad
{ door de Regeering zooveel mogelijk gehoord wordt ove1· alle onderwerpen
van landbouwkundigen aard.
j Hiermede is beknopt in hoofdzaak de inhoud van het wetsontwerp
p medegedeeld. Dat er critiek op zou worden uitgebracht, was te begrüpen.
jl Er is trouwens nooit een wetsontwerp door eenig Ministerie ingediend,
` jj dat geen ruimte voor critiek overliet; hetzij tegen het beginsel van het