HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 910.00 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

r l
Q a
14
3
Eindelijk, den 17en December 1902, werd een wetsontwerp, bedoelende
het in het leven roepen van Provinciale landbouwraden en van een Rüks-
i landbouwraad, bij de Tweede Kame1· ingediend. ;
I Over de indiening van het wetsontwerp hebben velen, die den land-
; bouw een goed hart toedragen, zich verblijd. Zij zagen in die indiening
» de officiëele erkenning van de Regeering, dat de Landbouw voortaan zijn
p eigen vertegenwoordigers zou hebben. Geenszins zullen wij het dan ook
eens zijn met de verschillende leden der Tweede Kamer, die blijkens het
p Voorloopig Verslag meenden ,,dat in het algemeen de vertegenwoordiging
. ,,van maatschappelüke belangen, ook waar het de hoofdtakken der volks-
i ,,nijverheid geldt, aan het particulier initiatief moet worden overgelaten en
,,Regeering en Staten­Generaal zich ten deze van alle inmenging behooren
i ,,te onthouden". Daarmede zouden we het tot op zekere hoogte wèl eens
kunnen zijn, indien een deugdelijke organisatie van de onderscheidene krin-
gen en dus ook van den landbouw uit zich zelf en dus uitsluitend door het
particulier initiatief was in het leven te roepen. Doch de ervaring heeft ge-
noegzaam geleerd, dat zoo iets niet mogelijk is. Het is hier hetzelfde als met
l het vraagstuk der verzekeringen. Op zich zelf was het buiten kijf veel beter,
j indien ongevallenverzekering, ziekteverzekering en ouderdomsverzekering
, door het particulier initiatief tot stand werden gebracht. Doch het is
bekend genoeg, dat alle pogingen, die in deze richting werden aange-
. wend, geen of zoo weinig succes hadden, dat men nooit langs dien weg ~«
tot een algemeene verzekering zoude zün gekomen. Dit geldt nu ook het
‘ organiseeren van de verschillende takken van handel, nijverheid en in- . «
j., dustrie. Zeker, men kan wel landbouw­maatschappijen oprichten; en dat '
V is nu reeds bijna 60 jaren achtereen geschied; doch die landbouw-maat-
schappijen genieten nu eenmaal niet het vertrouwen van de boeren in
` , hun geheel. Dwingende, wettelijke bepalingen zijn alzoo noodig. `
j Andere Kamerleden waren, blijkens het Voorloopig Verslag, van oor-
deel, dat een Landbouw-vertegenwoordiging niet meer noodig is, daar de
g Staat reeds veel voor den landbouw heeft gedaan. Edoch, niet het minst á
daarom zijn wij zoo sterk voor een Landbouw-vertegenwoordiging. Meer-
ä malen 11eb ik van deskundige landbouwers de klacht gehoord over on-
practisch optreden van de Regeering in zake Landbouw­aangelegenheden.
t Zelfs heb ik meermalen de verzuchting hooren slaken, dat de Regeering "
» veel te veel deed en dat zij maar - gelijk ook bleek uit het adres van
I. Boaz - moest wachten tot een Landbouw­vertegenwoordiging was in {
het leven geroepen, opdat deze aan de Regeering den weg kon wijzen. ‘
Thans gaat de Regeering te veel af op de adressen van niet­deskun- Z
? digen, ook van landbouw-maatschappijen, Waarin het heeren-element veel z
` meer dan het boeren-element is vertegenwoordigd en bü wie dientenge­ _
j lf
i
' {