HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 15

JPEG (Deze pagina), 896.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

ie 1
landbouw van de Patroons-vereeniging Boaz sprak zich reeds in 1895 in
) dien geest uit; eveneens het hoofdbestuur van het Genootschap van Nij- 1
' verheid in de provincie Groningen in 1899. En beide in dezen nadruk-
kelijken zin, dat de Overheid het initiatief had te nemen voor een ver-
j tegenwoordiging uit en door de landbouwers. 1
Intusschen moet men nu niet meenen, dat in de laatste jaren niets voor
den Landbouw van Rijkswege werd gedaan. Integendeel. De Boterwet en j
de wet op de Paardenfokkerij zeggen het wel anders. Niet minder dan J
vijf van de acht Departementen hielden zich tot voor 1897 met landbouw-
aangelegenheden bezig. In dat jaar werden, bij het optreden van het ,
Ministerie-Pierson, alle landbouwaangelegenheden onder één Departement E
1 gebracht, dat van Binnenlandsche Zaken. Dat was in zooverre moedgevend {
_ voor de voorstanders van een Landbouw­vertegenw0ordiging, dat Mr. Sickesz I
aan het hoofd der afdeeling Landbouw kwam en deze bekend stond als voor- ’
stander van een degelijke vertegenwoordiging. Heel vlug ging het evenwel I
niet. Onder het Ministerie-Pierson en dus ook onder den Directeur-Generaal j
Sickesz kwam er geen landbouw-vertegenwoordiging. En inmiddels bleef de 1
Regeering voortgaan met uitbreiding harer bemoeiïngen in zake landbouw-
aangelegenheden. Dikwerf op onpractische wijze, gevolg hiervan dat de land- J
bouw zelve zich er niet over kon uitspreken. De Rijks-bemoeiïngen werden 1
dan ook niet algemeen hoog gewaardeerd. Dit bleek uit een adres van Boaz,
2 Nov. 1901, waarin aan de Regeering verzocht werd om zoolang de
’ Landbouw-vertegenwoordiging niet bestond, zoolang de landbouw zelf niet ,.
. gekend kon worden, zoo weinig mogelijk uitbreiding te geven aan Staats-
I benioeiïng in zake den landbouw.
Het gerucht had intusschen in de pers de ronde gedaan, dat Mr. Sickesz
bezig was met het ontwerpen van een wet op de Landbouw­vertegen-
woordiging. Doch het Ministerie-Pierson trad in 1901 af, tengevolge van
het omslaan der meerderheid i11 de Tweede Kamer van Links naar Rechts;
het Ministerie-Kuyper kwam in zijn plaats. Eén der eerste maatregelen
van dat Kabinet was, dat de afdeeling Arbeid van VVaterstaat naar
Binnenlandsche Zaken verhuisde en dat de afdeeling Landbouw het
. Departement van Binnenlandsche Zaken verliet om intrek te nemen onder
Vlïaterstaat, alzoo onder Minister De Marez Oyens. Zonder in eenig op-
‘ zicht i11 politieke appreciaties te treden, mag toch wel worden gezegd,
j dat deze verwisseling voor den landbouw minder aangenaam was. Immers,
1 van Dr. Kuyper weet men wel, dat hij is een groot voorstander van
? deugdelijke, van een in het leven zelf liggende organisatie. Men had van
hem de volle toepassing van het beginsel ,,souvereiniteit in eigen kring"
p mogen verwachten - in meerdere mate althans dan van een Minister
‘ als de heer De Marez Oyens, die op dit stuk zich tot dusver nog niet
jj had uitgelaten.
'T
· ä