HomeLandbouw-vertegenwoordigingPagina 10

JPEG (Deze pagina), 894.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 24.93 MB

`{
. gl

8
gevoelende, vormden weldra een eigen zelfstandigen stand. De landbouwers
daarentegen ­- boeren, dorpers werden ze genoemd - genoten die onaf- 1
hankelijkheid niet, daar ze, niet beveiligd door poorten of grachten, van
zelf ondergeschikt bleven aan den adel, en niet die vrijheid en die zelf-
standigheid konden verkrijgen als de poorters.
p Een en ander oefende van zelf invloed uit op de ontwikkeling en de bescha-
ving van beide standen. De poorters, allengs voorzien van allerlei gemakken,
; van allerlei inrichtingen en instellingen om zich te bekwamen, die de land-
bouwende bevolking moest missen, verkregen een mate van ontwikkeling,
die niet het deel kon zün van de plattelands-bevolking. Sprekend en ¤
i duidelijk was dan ook de tegenstelling in ontwikkeling en beschaving
tusschen de poorters en de dorpers, tusschen de bewoners der steden
en die van het platteland. Honderd jaren geleden gold dan ook de
j uitdrukking ,,’t is maar een boer !" voor iemand, die verre achter
stond, of althans heette achter te staan, bij den stedeling, terwijl
omgekeerd uit weerwraak de kwaliücatie ,,een kale burger", op den
stedeling toegepast, bewijs gaf van den afstand, van de weinig vriend-
schappelijke verhouding tusschen platteland en steden. Die tijd is nu
X gelukkig goeddeels voorbij. De gezindheid over en weer is allengs beter
geworden. Men heeft elkander, tengevolge ook van het sneller en ge-
makkelijker verkeer, beter leeren kennen - en uit die kennismaking
bleek, dat de stedeling nu ja wel door zekere vormen en soms wat _!
opgeplakte kennis, maar zeker niet altijd door scherpzinnigheid of door
, een kloek gezond verstand zich gunstig onderscheidde boven de land- .
= bouwende bevolking. . {
Toch heeft de tegenstelling lang, al te lang nagewerkt. De gevolgen ,.
Q daarvan ziet men, nu 1nen er ernstig op bedacht wordt om den landbouw '
een l1andje te helpen en het blijkt, dat er zoo goed als niets van Over- 1
heidswege voor gedaan is. De Staat heeft reeds voor jaren aan den
handel en de nüverheid een vertegenwoordiging gegeven, de Kamers van 11
i Koophandel en Nijverheid. Zelfs aan den arbeid zijn Kamers geschonken,
il de Kamers van Arbeid. En nu moet dadelük erkend worden, dat die
; Kamers niet voldoen aan de verwachtingen, die velen er in gesteld
F hebben·; doch het bestaan er van bewijst dan toch, dat de Overheid wel
aan den arbeid, maar niet aan den landbouw in dit opzicht haar aan-
il dacht wüdde.
IQ Zeker -- reeds voor eenige tientallen jaren werden landbouw­commis­
siën en landbouw­maatschappüen in het leven geroepen. Ze gingen echter j
{ grootendeels van particulieren uit. En ook bij de oprichting daarvan ­
l bleek maar al te zeer, dat de tegenstelling van vroeger, zelfs onder die g
‘ particulieren, nawerkte. In deze landbouw-maatschappijen - die, althans I
in sommige provinciën, het streven verraadden van de ,,domme boeren" I Q
·­ . M