Home1572, 1672, 1772Pagina 41

JPEG (Deze pagina), 466.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

X
` as /’
Als de eenzame obelisk, die, half in ’t zand bedolven, l
Zün schaduw voortwerpt op des Nijlstrooms breede golven,
Waarop der. Priestren hand, in onuitwischbaar schrift, j
E De wondren van hunne eeuw voor ’t nakroost heeft gegrifd. N
Dat züt ge ons, achtbre zuil, wier voortbestaan wü vieren! t
i Waard, dat wij met gebloemte en frisschen palm u sieren , ·
T Die ’t merk van drie vierde eeuw in ’t kapiteel nu draagt, W
E En ’t heilig kunstenkoor op Hollands bodem schraagt! N
‘ 0, met den dankbren blik op uw behoud geslagen, i
l Is ’t wonder, dat wij daar met diepe ontroering vragen:
ip Wat voor ons nageslacht uw leerrijk schrift beduidt,
Als de eeuw voor u haar ronde sluit? ....
Zult ge dan verheerlijkt pralen,
¥ ’t Hoofd omkransd van vredestralen , _
_, Vloeijende om uw hecht arduin? . I
Zullen meer begaafde vingeren,
U met frisscher loof omslingeren ,
2 Dan gekweekt in onzen tuin ?...
Q . Of zult gij dan, half bezweken,
Als een somber , zwijgend teeken , i
Buigon over d’oeverrand A
Van den tijdstroom, op wiens vloeden ,
Niets dan wrakken henenspoeden
A Van ’t gcsloopte Nederland ‘?...
. 3