Home1572, 1672, 1772Pagina 39

JPEG (Deze pagina), 510.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

l
A 4
37 / `ïj
Neêrland, Neêrland , wat zal ’t zän ,
Als, in plaats van zonneschün ,
Rondom vlammen blaken!
Als ge , sluimrend voortgegleên ,
’t Kokend zeeschuim om u heen , ­
jj Zult; ontwaken!. .. · i
ll i
Als ge, 0 Jagt, van allen kant, xl
§! Onverdedigd , aangerand, j
‘ Meest u zelf moet duchten; ?A
l En hem , wien het roer ontschiet , V
j Slechts een visehpink hulpe biedt
Om te ontvlugten! .,.. i
Maar wien was zulk verschiet (hoe vreeslijk waar ’t zou zijn) . _
I Geen droombeeld , neveldamp , die soms den middagscliijn ·
l Ontluistert, maar verzwindt voor later zonnegloeüenl
De hemel is zoo mild! de vredepalmen bloeijen
Zoo lieflijk, in de schaüw van ’t frissche oranjegroen! ­-
E Waar onregt , vorstenhaat de volksdrift bruischen doen ,
l (Die rustelooze zee, door elke vlaag bewogen!)
Hier zou geen wrok, geen dwang de kalmte storen mogen,
Die ’t al verhemelt, als in ’t zomeravondunr
En aarde en hemel smelt in ’t reine luehtazuur. i
De toonen, die alleen het luistrend oor nog treffen,
Zün: ’t dommelend gegons dat nijvre büën heffen,
De stap eens Wijzen , die het hemelruim bespiedt, `
Of, uit het gindsche loof, een klagend voglenliedh., _
J
l ,