Home1572, 1672, 1772Pagina 30

JPEG (Deze pagina), 494.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

vt
28
> En Munsters , Keulens legerscharen
l Zijn ’t hloedig spoor dier adelaren ,,
Roof- en bloedgierig, nagesneld:
Gebroedsel , dat de loome wieken,
Zoodra het lijkengeur mag rieken, j
v t Bept naar het rookend oorlogsveld! .. . p
Wee, wee u , Neêrland , dieper rouwe
p Omhulle u ’t hoofd, o weduwvrouwc,
Die weent op ’t graf van dierbaar kroost! . . t jl
j `Wat slaat gij ’t brandend oog in ’t ronde, l
Als blonk daar om uw stervenssponde
Een laatste, matte straal van troost?. . .
l
j Wie zoudt gij nog om redding vragen?
jj De vorsten , die gij deedt versagen,
V Toen ge opstondt in der vrijheid kracht? `
De vorsten, die, om uw vermogen ,
ii; Zich huichlend voor u nederbogen ,
Wier laf gevlei gij hebt veracht? p
ll Z
De vorsten , die uw hulp genoten ,
`Wier troon uw legers en uw vloten
l`
Zijn vastheid of herstelling dankt;
E Maar die, ondankbre slavenzielen , ,3
Nu bevend voor een dwingland knielen ,
_ Wiens wraakzwaard boven ’t hoofd hun Wankt?
in à
lg
j- g Q
il
it,
s E