Home1572, 1672, 1772Pagina 29

JPEG (Deze pagina), 477.93 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

Z nl
l ná
27 SST!
` Al vlecht ge uw blanke Lelievanen,
O Frankrijk! door de blaauwe banen
Der oorlogsvlag van Albion,
Zij vormen zaam geen tentgordijnen,
Die sohutten tegen ’t brandend schijnen tf
« Van Huiter’s oogverblindbre zon! ­­-
Haar uitgegoten stralen sehroeüen i j
Uw vlag , o York! Vernielend loeijen A
l De vlammen rond, in ’s vijands vloot; · j
1 Een vuurzee wentelt, waar wü staren, X l
j Haar golven langs de vvaterbaren , 1
l En kleurt den luchtstroom bloedig rood. [ ik
Maar, sehittrend moog die zeeroem pralen ,
Het Was, 0 Neêrland, toch het dalen
Der zon, in digt omwolkte pracht. j
En, na een avond , zoo vol luister,
Omwikkelt u, in tastbaar duister ,
Een hope- en sterrenlooze nacht.
j Daar golft , van de ingestorte wallen,
H Des vijands vlag; uw kroon ontvallen
Drie paarlen, in het slijk gesleurd. i
Nu zal de Theems zijn schande wreken; ‘
Bourbon , wiens trots gij deedt verbleeken ,
` De prooi, door u zijn hand ontsoheurd. l