Home1572, 1672, 1772Pagina 22

JPEG (Deze pagina), 494.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

l
20
Hoe joeg, 0 Geus, u ’t heldenharte
l Naar daden , in dien nacht van leed,
Naar wraak, om ’t juichen in uw smarte ,
Dat u dien naam naar ’t voorhoofd smeet!
i Naam, die uw fiere kruin zou sieren,
Als ge, onder Nassau’s veldbanieren , .
l Aan Maas of Eems u lauren won,
Wier blad den smaad , te lang gedragen ,
De slriemen, u zoo wreed geslagen,
z I Naauw dekken of genezen kon! ­-
Ja, roof en bloed kleefde aan de vingeren,
Vaarmeê gij ’t wraakzwaard hieldt omkneld;
l Doch wie entziet zich ’t rond te slingeren,
Die tijgers en tyrannen velt?
B O, ’t werd een vuurstraal in uw handen ,
Der vlam gelijk der houtmijtbranden ,
{ Die zoo veel offers had vernield;
Die, daar zij ’t broederlijf omkronkelt ,
lg Helllikkrend door de vensters vonkelt ,
Waar gij voor God laagt neêrgeknield!
E
Een vuurstraal, toen de kracht der armen,
Zoo wreed gekneveld , u ontzonk ,
En gü geen egà mogt beschermen,
Om wie de dolk der beulen blonk;
E Toen ’t sehuldloos wieht , op ’t lijk der moeder ,
Den onmensch toeloeg , die, verwoeder ,
Het voor uwe oogen martlend moordt;
l

P
l
l
W l
ik ,3