Home1572, 1672, 1772Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 515.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

ea
l
Q
19
De dood vvenkt , waar die golven branden, «
Slechts de open zee biedt redding, ­­ vliedt !
Zü, vlieden? wanklen, bij gevaren ,
H In de eens zoo vast beraden keus?
Kent gij die zonen van de baren?
Dat schip? - De vlieboot van den Geus! -
De Geus, van kust tot kust verdreven ,
Wien niets dan de oceaan meer rest: -­-
Een vogel, ’t luchtruim prijs gegeven ,
Verstooten uit het veilig nest! ­­·
Maar nu , wat zou zijn vaart beteugelen ,
Al stelt hem elke hoop te loor?
‘ Hij klieft, op de uitgeslagen vleugelen ,
De stormen en de branding door;
Hij naakt, en groet met vleugelklepping,
Van verr’, de vaderlandsehe ree. ­·­­
Juich , siddrend Neêrland, uw herschepping
Daagt , met die zeilenvlugt , uit zee! ­­­­­
O , zwarter nacht, met woester stormen
En hooger zeeën, dan haar strand
Meêdoogloos scheuren en misvormen ,
Zonk over 't zuchtend Nederland.
De nacht der dwinglandij , verdonherd
Door dweepzuchls pestwalm, en doortlonkerd
Van houtmijtvlam en kogelgloed;
Het wuiven van wier ravenwielion
De scheemring zelfs van ’t uchtendkricken
In dieper zwart bezwijinen doet! ··­-