Home1572, 1672, 1772Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 503.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

l
s .
l is
j Ontheisfren; maar met feller woên_
De stranden gceslen en de duinen,
l Haar voet ontwrichten , en haar kriuinen
A Als lillend schuim verstuiven doen;
De golven hooger steeds den wanklen dijk beklimmen,
{ Die ’t siddrend landschap tegengrimmen,
{ Als monsters , op hun prooi belust.
l Schrik slaat den Landman om het harte!
Maar wee hem, die op zee de woeste barning tarlte,
jj Een veilge haven zocht op de onhetrouwbre kust!. . .
i En toch, daar rijzen uit de golven
De witte zeilen eener vloot, ·
De boeg in ’t spattend schuim bedolven ,
2 De mast omgloeid van ’t avondrood.
F dobbren , spel der woeste baren,
Die nu hen slingren op haar rug,
6 Dan als ton afgrond heen doen varen; -­
{ ` Maar zij, zij naken, vogelvlug,
i Als scheerde naauw de kiel de wateren,
j Die , worstlend met den golfslag, prangt ,
Of, bij een stortzee, onder ’t klateren
Der zeilen , over d’afgrond hangt:
Zoo bien ze, op zee , aan vloed en winden,
Aan duizend dooden Wcderstand,
Om - wisser ondergang te vinden
i Op ’t in zijn banken schuilcnd strand.
k tl`erug, vernicetlenl vlicdt de stranden,
Eu ’t lekkende sirvncnlicd!
1
l
[
l

l
l