Home1572, 1672, 1772Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 410.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

I I
I I
· I
2
I t.

I
I
r
I Het grijze zwerk hangt loodzwaar naar beneden.
I_ Door d’aden1 van ’t Noordwest ontrold,
En over ’t zeevlak heengegleden,
(Dat nu als toomloos ros schuinispattend stamp! en holt,)
Bedekt een sluijer trans en kiminen. I
Alleen in ’t Westen zoomt een band
I Van zonncvnur den wolkenrand,
Die gloênde fakkels op het golvenbed doet glimmen,
I Wier donkerroode wedersehijn
De tinten van het wolkgordijn
Verdiept, waartegen ’t schuim der baren
En enkle meeuwen, die daar lirijsehend onnnewaren,
Het glinstrend sneenwwit evenaren! ­­­
I ’t Is een dier vlagen, zoo gevreesd op onze kust,
I Die ’t eerste malsehe groen der dalen ,
Der hagen, feestlijk toegerust,
I Als om de Aprilmaancl in te halen ,
3 2
I á
1
I
I
I
I