Home1572, 1672, 1772Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 505.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

E
[ l
M
l i
gi De steunsels van mijn lentegroei, j
Wier loof, op ’t gouden feest, mij vriendlijk tegenwoei, .
Zij stortten neer in ’t stof, en slapen. ..
En luide klagt of diehterlied 1
ig Stoort daar den ijzren sluimer niet!
En zie , de plaats der neêrgeworpen hoomen l
j Door nieuwen opslag ingenomen, 1 _
e Die Welig wast, en breeder uitgestrekt, i
Reeds menig grafkuil overdekt, ·
; En melodiën uit doet stroomen, ·
Y Waarvoor zich oor en hart ontsluit! i
jl Hoe zou de toonval van mijn luit,
Bij ’t smeltend lied dier filomelen , P
Uw zangbegeerige ooren streelen?. . . j
;C F
Maar, zij ’t een nagalm van den stormwind, die hetloover,
° Mün harp omstrengeld, heeft vernield, j
Q Zijn adem gleed haar snaren ove1·,- i
i En mooglijk dat die klank de melodie behield , i
Die geen kunstlievend oor zal kwetsen!. . .
Qi Mijn zang, het Vaderland gewijd,
Moge U drie jaren uit drie eeuwen schetsen , i
Wier ramp en zegen , druk en strijd,
Tot Neerlands onvcrganghre glorie ,
Uitsehitteren in ’s Lands historie;
Waarvan liet laatste ons henenwijst
Naar d’oorspr0ng van dit Koor, welks jubel ons herrijst.
iz
li



i l