Home1572, 1672, 1772Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 504.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 19.83 MB

F
i lä
ti De golving, die zijn borst bewoog.
De zangdrift, die zijn init bcsnaarde ,
De roem der kunsten , dien hij zong,
T De jeugd , wier prikkel dreef en drong
Naar d’ee1·krans, waar zijn blik op staarde, ­­­
5 Dat alles gaf welligt zijn stem
j Meer omvang, melodie en klem, _
,i Dan aan zijn zangen gloed en waarde ....
il Hoe ’t zij. .. ze klonk en weêrklonk in uw borst, E
i En bragt er al de geestdrift over ’
jj Voor ’t feest, dat hij bezingen dorst; in
Uw goedheid vlocht het eereloover !
Om ’s iieren jonglings moedig hoofd, l
1 Die eenmaal rijk en geurig ooft
Van dezen lentebioei deed hopen; .
Een hemel van genot ging open,
lj Op ’t denkbeeld , dat zijn vaderstad
Haar dichter hem verkeren had !. . .`
'
En nu, - na vijf en twintig jaren,
i Daar staat hij weer, de jongeling, j
Wiens bloeitijd al te ras verging! °
j Wat vruchten seheemren thans door de ijle en geleblàren,
i Die zomerhitte en herfstorkaan
`Verschroeüen doen, verstniven en vergaan ?..
Ach, schaamrood om de weinig vruchten,
Die een te korte zomer schonk,
E, Boon smart en zelfvcrwijt hem zuchten! ~­-
Wel draagt de felgeschokte lronk

l
Qi

i
`