HomeIn de goede richtingPagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.68 MB

PDF (Volledig document), 26.96 MB

s Oh
geen plaats meer is voor de standenschool, een maatregel, welke
i gemakkelik zou kunnen worden ontdoken, indien het Rijk de ,,school-
v·erenigingen" bleef subsidiëren.
In de tweede plaats moeten leerplan en lesrooster der nieuwe school
door het Bestuur worden meegedeeld aan de schoolopziener, welke
. · · amtenaar na heeft te gaan of er wel onderwijs zal worden gegeven in
de bij d·e wet vereiste leervakken. Deze zijn dezelfde als de vakken
, der openbare school, ook dus de gymnastiek, welke van de zogenaamde
j vrije- en orde-oefeningen wordt uitgebreid tot de volledige. Voor het
° onderwijs in de handwerken mag het Bestuur buiten de school gelegen-
heid zoeken. Het onderricht in de vakken der wet moet gedurende
minstens 22 uur per week geschieden, een minimum-aantal dat nu
twintig bedraagt en dus met twee uren per week is verhoogd. Indien nu
de schoolopziener in dit leerplan strijd ontdekt m·et de wet, draagt hij
het ter vernietiging voor aan de Onderwijsraad; met het toezicht op
de geest der te gebruiken boeken laat hij zich niet in: de richting van
het biezonder onderwijs blijft vrij. Over dit hoofdbeginsel der B-evre­
diging zullen we nog nader spreken. Hoe het leerplan der biezondere
sch·ool tot stand komt, wie dus wèl -de keuze der leerboeken heeft, daar-
fl over laat, helaas, het wetsontwerp der Kommissie zich niet uit. Is dit
1 een o·nwill·ekeurige of een opzettelike weglating? Het is zeer te hopen,
li dat ’t per ongeluk is geschied, want anders toch zou de medezegging-
schap· van de klasse-onderwijzers, die voor ’t eerst in dit ontwerp wordt
j vastgelegd op ’t terrein van ’t openbaar onderwijs, niet worden
geschapen op dat van ’t biezonder. Hier grijpen we even ter zijde en
lassen we in, wat de nieuwe wet zegt van de wijze, waarop het leerplan
der openbare scholen tot stand komt.
Tegenwoordig geschiedt het opmaken van het leerplan, volgens het
in de strijd der onderwijzers voor hun opvoedkundige zelfstandigheid
.« beruchte art. 21, door het hoofd der school, onder goedkeuring van
l B. en W. en de distrikts-schoolopziener. De Kommissie wil het vast-
gesteld zien door deze autoriteiten, nadat h-et ontworpen is door het
hoofd der school na bespreking met de gezamenlike onderwijzers, waar-
van de minderheden het recht krijgen bij die autoriteiten afwijkende
voorstellen in te dienen. Men behoeft zich geen illusie te maken, dat
deze v·erandering de strijdbaarste onderwijzers bevredigen zal: de
Bond van Ned. Onderwijzers wenst de hoofdeloze school. Over deze
strijd op zichzelf is een brosjure te schrijven en we willen volstaan
j met de hier geschapen verplichte schoolvergaderingen als een belang-
rijke aanwinst voor onderwijzers en onderwijs te kwalificeren, en te
- noteren onder de baten, die de nieuwe wet ons brengen zal. Aan een
j plotselinge overgang van de autokratiese school van heden tot de
republikeinse van de toekomst geloven wij niet, en dat nu eindelik eens,
` M na vijf-en-twintig jaren van tot dusver succesloze strijd tegen art. 21,
een vooruitgang in de wet zal worden vastgelegd, lijkt ons een afbe-
taling, die door ons, zo· al niet voldaan, dan toch dankbaar, kan worden
aanvaard.
Maar keren we terug tot de voorwaarden, waaraan onze school moet
voldoen, wil ze in aanmerking komen voor ’t onderhoud uit openbare
kassen.
In de derde plaats moet het aantal onderwijzers even groot zijn als
7
El