HomeDe herziening der wet op het Lager Onderwijs van 1857Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 818.93 KB

TIFF (Deze pagina), 5.81 MB

PDF (Volledig document), 8.28 MB

2 4
schoolwet van 1857 moet gebracht worden, is de bepaling, j
dat alle openbare scholen door het Rijk moeten worden i
opgericht, onderhouden en bestuurd. Alle overige , ook i
die der Gemeenten, komen dan onder de klasse van
bizondere scholen. jj
Het lager onderwijs kan niet in hoofdzaak tot de i
gemeentebelangen gerekend worden te behooren. De uit-
gaven er voor zijn van geheel andere strekking, dan die
voor riooleering, voor waterleidingen, voor gasverlichting _
en voor zooveel andere plaatselijke instellingen. De i
geheele Maatschappij heeft er belang bij, dat de jonge
Hagenaar niet in onkunde grootgebracht wordt, dat hij
eenmaal zijn brood kan verdienen en dat er omtrent
hem geen vrees behoeft te bestaan van armlastige te worden ;
bij de een of andere naburige gemeente of van als rijks-
kostganger in een der gevangenissen te worden terug-
gevonden; want ook dit is een duidelijk sprekend feit;
de gasten der strafinrichtingen behooren meestal tot de ïï
ongelukkigen, die hetzij onvoldoend, hetzij in ’t geheel ¥
geen onderwijs gehad hebben.
Doch de hoofdreden, waarom de rijksregeering zich met ;
het bestuur van het openbaar onderwijs moet belasten, is ?‘
vooral gelegen in de omstandigheid, dat de Gemeentebesturen
die zaak slechts bij uitzondering goed vervullen. Als bewijs
kan zelfs de Hoofdstad des Rijks gelden , waar de klacht j
in de laatste jaren nog gehoord is, dat de lokalen der
lagere scholen te klein zijn of te gering in getal. Hoe f’
moet het er dan wel in een plattelandsgemeente uitzien ?
Met welk een moeite gaat daar veelal het verbeteren, hoe
noodig ook , van de een of andere onderwijs-afdeeling gepaard!
Hoe gaarne zou ik die kille steenen vloeren met planken ri
doen bekleeden; de noodige herstellingen aan onderwijzers- j
woningen en schoolgebouwen zien verrichten; het onder- {
wij zersperson eel vermeerderen en hun traktementen verhoogen! Q
Doch dit alles kost veel geld en weinige Gemeenteraadsleden , Y
staan op het Hoofdstuk van het onderwijs een grooter
krediet toe, dan door de wet volstrekt vereischt wordt.
Bestuurt echter een Minister van Onderwijs de gewichtige ‘
afdeeling der openbare scholen, zoo zullen de goede gevolgen j
niet uitblijven voor onderwijzers, voor schoolgebouwen en a
allermeest voor de leercnde jeugd. De Hoofd- en Hulp- 4,
onderwijzers worden als staatsambtenaren aangesteld en `
i