HomeDe herziening der wet op het Lager Onderwijs van 1857Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 716.92 KB

TIFF (Deze pagina), 5.82 MB

PDF (Volledig document), 8.28 MB

1
3
_ is, tenzij de naam door partij met de door ons voorgespelde
‘ letters zoo goed of zoo kwaad mogelijk op het papier
gebracht kon worden.
j Aan U allen, Heeren Afgevaardigden, wensch ik in ’t
p belang van Nederland toe, om een korten tijd de betrekking
van Ambtenaar van den Burgerlijken Stand in een onzer
oostelijke grensgemeenten van Limburg of Gelderland waar
j te nemen. Geen beter middel, U met de goede gevolgen
van schooldwang en met den slechten invloed onzer leer-
Vrijheid bekend te maken. zult dan zien, dat het nut
Q van het verplichte schoolgaan geen vraagstuk meer is,
maar een waarheid, die in het naburig Rijk duidelijk en
ondubbelzinnig aan ’t licht gekomen is.
Maar! - Nu komen de groote woorden, de bombastigc
ä frases, de gemoedsbezwaren en hoe al die vogelverschrikkers
l mogen heeten. De zaak is echter te ernstig, om ons door
B den zwarten man te laten beangstigen. Geen uitstel meer
j in dezen! De last moet worden aangepakt en spoedig zal
i ze ons blijken, lang zoo zwaar niet te zgn, als de zwaar-
à tillenden ze beschreven hebben.
Een vraag slechts is het van belang te opperen: veroorlooit
I art. 194 der Grondwet de invoering der zoogenaamde
2 leerdwang? Ons antwoord kan gereedelijk bevestigend zün;
, in § 2 wordt wel gezegd, dat de inrichting van het
i openbaar onderwijs, met eerbiediging van ieders
l godsdienstige begrippen, moet geregeld worden,
g maar geen beschaafd Nederlander kan dit verklaren, alsof
E de vader zijn kind zonder onderwijs mag laten, bijaldien
dit soms met zijn godsdienstig begrip (hier wellicht gemoeds-
bezwaar) strookt. Mag hij ditzelfde kind honger laten
L lijden? Mag hij het ongekleed laten rondloopen, als dit
;g in zijn godsdienstig begrip opkomt? Neen; de strafrechter
zal het hem zoo noodig aan ’t verstand brengen. Mag hij
il echter wel dit kind in domheid laten opgroeien, tot een
j ramp voor den kleine en tot een toekomstig gevaar der
Maatschappü? Het gezond verstand zegt ons ook hierop:
lj neen! Maar het is geen strafrechter, het is slechts de
zwakke zedelijke drang, die de ouders tot de nakoming
j dezer verplichting aanspoort; hoe gebrekkig wordt er dan
E ook aan voldaan!
!
j De tweede verandering, die naar mijn meening in onze
ë
l
ä