HomeDe herziening der wet op het Lager Onderwijs van 1857Pagina 4

JPEG (Deze pagina), 804.94 KB

TIFF (Deze pagina), 5.82 MB

PDF (Volledig document), 8.28 MB

wordt gedurende de lange zomer-vacantie vergeten; en `
zoo gaat het jaar in jaar uit, totdat op l2jarigen `
leeftijd (of dikwerf eerder) door hun ouders voor uitgeleerd
verklaard worden en dan ook van den winter-cursus te ;
huis blijven. Dit heeft ten gevolge, dat het schoolgaan j
voor 80 ten honderd der kinderen geen duurzaam nut T
heeft. Zij kunnen misschien hun naam schrijven, maar t
iets meer- daar is geen denken aan. En zoo is het niet
alleen te Groesbeek, maar uit elke plattelands-gemeente 2
zult met eenige variaties dezelfde klacht kunnen
hooren. Eenige jaarlijksche opgaven, b. v. hoeveel lote- Y
lingen der Nationale Militie kunnen lezen en schrijven,
beteekenen naar mijn meening zeer weinig. Er is toch SE
een groot onderscheid of die lees- en schrijfkundigen het
gelezene verstaan, dan of zij, zooals veelal het geval is,
spellender wijs van het eene woord op het andere overgaan,
zoodat lezer noch hoorder er iets van begrijpen kan. Uw
kinderen van 10 jaren zijn beter in staat het door hen j
gelezene te verklaren dan 50 op de honderd leeskundige '
lotelingen. En voor zulk een gebrekkig gevolg moet dan
jaarlijks een groote som uit de Gemeentekassen betaald E
worden! Is het wonder dat de Gemeentebesturen over het B
algemeen zoo weinig voor het onderwijs over hebben? f
Al beseften alle Raadsleden het groote nut, dat deze uit- ,
gaven zouden kunnen stichten, dan zouden zij zich (en
met reden) kunnen beklagen over de geringe uitkomsten
thans er door verkregen.
Het schoolverzuim of wel de volstrekte nalatigheid om
de school te bezoeken is zeer groot in de landgemeenten;
maar gaat het in de steden beter? Misschien worden de è
scholen er het geheele jaar door geregelder bezocht; doch ;
de klachten, dat veel kinderen te vroeg door hun betrek- gg
kingen worden weggenomen, en dat er bovendien veel
rondloopen, die nooit een schoolboek in handen hebben l
gehad, zullen ook wel tot U doorgedrongen zijn.
Welk een onderscheid met de bewoners der aangrenzende
Pruissische Rheinprovinz. Herhaalde malen heb ik een
Nederlandsch ingezetene met een Pruissisch onderdaan door
het huwelijk vereenigd en bijna altijd zette de Duitsche
(hetzij als bruidegom hetzij als bruid) de onderteekening j
vlug en netjes, terwijl ik van mijn landgenoot met bescha-
ming moest verklaren, dat deze met de schrijfkunst onbekend
l
ä
a
v ‘~-» - l