HomeHongersnood en hongerdoodPagina 21

JPEG (Deze pagina), 535.24 KB

TIFF (Deze pagina), 5.88 MB

PDF (Volledig document), 14.22 MB

1
i vt
I 19
‘ Dat moeten wij ook maar gaan doen, vader, anders
verhongeren wi_j. Wij zijn te slap omte werken. Sinds
j drie dagen hebben wij niets gegeten. Hebt geen
I werk gezocht bij de boeren? Met dorschen hadt gij
j zelf den kost verdiend en nog een cent of G voor ons.
Ook al geprobeerd, moeder. Niemand had haast
,- meer te dorschen. De schuren waren leêg.
i Vader, de deurwaarder is hier geweest om de ach-
, terstallige belasting. Hij vond niets, de moeite waard
V om meê te nemen. Vader wat nu gedaan, om eten te
krijgen? Ik heb hooren zeggen dat de regering zoo
wat een millioen heeft liggen om uit te deelen.
Dat heb ik ook gehoord, vrouw. Maar nu spreekt
men er niet meer van. Als het niet al te koud is,
gaan wij allen op den bedel. Mijn krachten zijn weg;
ik kan niet meer werken, ook al kreeg ik werk.
Vader, moet het dan zoover komen? Vaart gij op
, het groote buiten ook om werk te vragen?
Och ja, ook daar. Maar er was geen werk. Mijn
,7 heer heeft op zijn best genoeg zaad, om er met zijn
eigen volk van te eten. Ik kreeg er een brood. llij
V haalt het uit den zak - het is bevroren; eet het maar.
I Ik heb er nog wat warme soep gekregen; ik kan het
nu vooreerst daarbij laten. Het bedelen is een hard
werk. De heeren hebben ook geen eten meer. de
boeren is alles op. Zij houden de deur op den gren-
_g del: de bedelaars hoeven zij niet weg te jagen met
harde woorden. Allen zwegen weêr. Zij dachten al-
len: w moeten wel bedelen.
Ziedaar één enkel tafreel. En zoo gaat het dag voor
­ dag bij 30 of 40.000, in het district Gumbin­
i nen alleen.
V (Nieuwe Uázccááscáe Com'. N". 8445.)
2 Maart ISGS. Onder het opschrift sur 7`áeuerzmgs­