HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 53

JPEG (Deze pagina), 393.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

45 l
Met bruin gekleurde zeilen op.
De knaap rent voort, roept: ,,vader! vader!"
Brengt vreugde in ’t wachtende gezin,
De blijdschap treedt er niet hein in
En ’t kleine vaartuig komt al nader;
, En ~­- atgemat van zorg en kou,
Met keeg’len ijs in baard en haren,
'Freedt de arnie ploeger van de haren.
De woning in van de arme vrouw.
Niet lettende op zijn huisgenooten,
En met een kind, verzwakt en moe,
Aan de eene hand , roept hij hun toe;
,,lk zag geen leven aan de vloten,
,,llet goed zat diep, de zee liep hoog,
,,’k llad nog een etmaal willen zwerven,
,,Maar J akoh scheen van kou te sterven,
,,Mij daeht, hij lag met brekend oog; t
,,Ik moest het op de kust gaan zetten;
,,Daar ligt het want, de schuit is leêg."
i En de arme nran verhleekte en zweeg
z En wees op zijn geseheurde netten.
‘ ,,Mijn God! wie redt ons uit den nood?" g
; Zoo kermt de droeve Vissehers vrouwe, i
Verplet door overmaat van rouwe,
' ,,Wie geeft nu onzen kindren brood? ··
,,God weet., dat, om hun leed te stillen,
l
l
1
**7*7 Y V/ >\`&L`k ffffr N Y· ____·~h;§·_Vn1S_:_" __ 4f _ fi"