HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 38

JPEG (Deze pagina), 454.57 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

_‘ ,, 30
t
t
ä J , . .
,j lernnnkte en seluminle deelcn uit,
H
J \aar door geen straal van hoop meer scheen.
gl O! Hoe veel wonden die daar bloeden,
;£ ii
Zijn nooit te heelen door den troost;
,. a, .. .
i‘ \lC kan het wreed gemis vergoeden
i Yan vrienden, ouden, gade en kroost?
x
,Q Wie antwoordt op de bange vragen,
Die radelooze wanhoop doet,
4
4 . . ..
`·aarom zij zoo veel leeds moet dragen,
` Die hopen mogt op zoo veel goed?
ë Wie kan de tranen, die er vlieten,
Weg wissehen, naar zijn lust en wensch?
l Maar balsem in de wond te gieten,
F Dat mag, dat kan, dat moet de mensch.
i Door troost te bieden, op te beuren,
i Door meê te lijden in de smart,
w;
gi; Door met den treurende te treuren

Heelt men de breuke van het hert.
i Door onverpoosd op Hem te wijzen,
j r ` Die van Zijn doen geen antwoord geeft.,
Q Maar ’t leven uit den dood doet rijzen
,,e
En na het kruis ook krachten geeft,
tl
Dat leert bedaard tot Hem te komen,
ëï
ll Die nnnmer alle hulp ontrooft;
, Hij heeft gegeven en genomen
. Zij dan Zijn groote naam geloofd!
ex
3
i
er
· e ·­­;L-.,.r,i-_r,,,;;­l_Q.,_ e 4---;---- -·--~·