HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 36

JPEG (Deze pagina), 446.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.77 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

·


Q jl
j Een worstling, vol van angst en pijn,
E I
g , De sclirikkelijke kreet deed hooren:
lx
j N ,,Den Banjaart! God, wij zijn verloren !"
R Zal zeker wreede waarlieid zijn.
D Wie waagt, het nu een blik te wenden
K
F Naar ’t hol verblijf des hoogsten needs,
( ­ I
Naar ’t kort begrip van alle ellenden,
E Naar ’t eng en bang gebied des doods?
2
i n Die moeders, die haar kroost oinarinen, V,
j A En gillend smeeken om erbarinen, _
- Dat jeugdig paar, dat knielt en bidt,
fï_ j Die kind’ren, die slechts klagten slaken,
i P Die inan, met loodkleur op de kaken `
S j· Die stom en zwijgend nederzit.
` x
j God! ’khoor dat bonzen, kraken, stampen,
l ­ Dat splijten van metaal en hout,
Die trotsclie kiel, zoo hecht gebouwd,
Bezxvijkt in ’t al verwoestend kampen,
Want kracht en moed en overleg,
E · Zijn nntt’lo0s, waar de jamin’ren stijgen;
j De kreeten der bedroeiden zwijgen,
lj ·, _ Zij sterven in den stormwind weg.
Zij stierven weg! geen spoor van leven, '
Vertoont zich op de strijdplaats meer;
V Deelneniend seint men, keer op keer. j
Geen enkel sein wordt weer gregevenc
* 22
`
it,
ë
r
J L Y Y g Y ~_*N HH f ` _.,__, `
. N ________:_____1%___`__f_`_';s_j‘__~»