HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 33

JPEG (Deze pagina), 413.41 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

"°’°""°'°'°"_"`jL . <·­·­··~·*·­v­­­w­··­¤«·r¤>·»2¤Y·ï·v«v'«v·~,‘r:z~;/, _. F , ­,, .._ _ _ . _ ' ·" * ` *3 , Y JLJH,. ,. " e . L ' ` ' ”" ¤` ` ·_, ‘·«­ W`
ä
' I
25 E
Het steigcrt als een dartel ros,
Dat nu den muflen stal ontvlngt,
En, van den laatsten teugel los,
Zijn weelde zoekt in ruimte en lucht, 'D
Het scheurt de baren stout van 6611 j

En wringt zich iedere hind’ring door, lg
j Breekt door het zwalpend bolwerk heen,
. I
En teekent zich een schniinend spoor. A
De Zeeman, die den gang bepaalt,
Meet dien met glazen en met knoopen,
1 En eer de zon ter kimme daalt,
i ls ’t schip in volle zee geloopen.
J In zee, in zee! wie maalt ooit af, i
al Wat in dat woord ligt opgesloten? j
i Daar zweven tachtig reisgenoten, t
4 Slechts duimen boven ’t gapend graf.
Maar wat zon hun den moed ontrooven, ;
Wat magt ook met hunne onmagt spot;
Zij heffen rustig ’t oog naar boven, , 1
Daar is de hemel, daar woont God!
Hoe staan zoo velen nog te staren
Met strakken blik, op ’t aehterschip?
’t Is of zij hier of daar een stip,
Een enklen heuveltop ontwaren. Z
Zij hopen hier of daar misschien
Een enklen torentop te zien.
v
tt;