HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 27

JPEG (Deze pagina), 383.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

( l
l 19 j
l
Al doet de winterkoude n beven,
Uw boezem gloeit van dankgevoel; li
Gij treft nw hoogst, uw eenig doel:
Gij wordt uw vaderland hergeven,
Trekt renten van uw verren togt, M
jl
En deelt uw landgenooten mede, ·i
Wat ge in het land van vlijt en vrede,
In Nederland, ontdekken mogt.
Wat zijn ’t hier dorre en naakte boorden,
Ontheisterd door de winterkoü;
Wat zijn dat malsche en bloemrijke oorden
Die men eerlang begroeten zou; 3
_• Dat kocstrend oord van elks begeeren, j
Dat arm noch rijk genot ontzegt,
En waar die warme winterkleêren M
‘ Voor altoos worden weggelegd.
Waar lentelueht aan (lC¥)·CVG1‘ZO01llCl1
Haar volle hoornen ledig giet, il
En waar men nimmer kale boomen,
Of naakt geschoren velden ziet. i
Men hult zich noch in mantelkragen,
Men dekt zich noch met bont en wol:
Want immers binnen weinig dagen, i
Speelt al dat goed een stille rol? ,
Toch zijn er, die bewogen schijnen, M
En somber staren voor zich heen,
Y
l
s
(
e n v ,4 g y J