HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 16

JPEG (Deze pagina), 420.72 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

·1
1 51 1
. §·
ï i
ä
1
. lê
J
1 J
i 4
. i' Q`:
J A V A. g
­-ïfäw. i

« l
? Qi I
th •· A
hg O! ].)2ll`2l(llJS der O])g€VO.ll(lCl1’ hoop! V
' ' 1 ’
O! Voo1·1·:mdsehu1n· van ’t nooit verzzmzle E111·oop’ , El
E; !
J Dat uit uw schat den toevoer steeds blijft ivaohten , f
#’ Y
Die veêrkrzxeht schenkt aan haar VG1`Z\'{1l(lZC l(l`ïlClltLl3ll,
Dat zwoegt en zweet, om, door 'C1`l`l_jl1(lC kunst,
1 il . .
De schatten, d1e Natuur u 111 hzmr gunst _
_ Met mildheid schonk , tot woekrcn af te koopon;
l De daïuuv, wz1ar111ede uw bode111 is lJ€(ll'OPCll,
E Is rijker dan de stroom , die zuiver goud,
t . .
gi Zoo zeer bogeerd, 111 z1eh verborgen houdt.

W Geen bloed of zweet van weggeroofde slaven ,
X
Door dwzmg ontmensoht, behoeft uw grond te lz11‘ez1 ;
Geen ruw geweld komt meer uw bloei te sta;
De noodkreet, die ’t beschaafde Ainerikn.
t
1 Nu nog vervult, doet zicl1 bij ll niet 11001*011 :
T E
Heen waiiklamk mag de ll2l1'lHO1llC verstoren,
’ {

K .