HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 12

JPEG (Deze pagina), 446.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

v y l Z r Z
r
t

;
(
F
ï ·ï
!
[ .. .. .
Zrjt w van vroee»‘er’ worstl;n<·‘ moede.
v O C {
{ O! trotsclie Zee! of rouwt u ’t leed
E . .
l Dat ge 111 uw onbedwrngbre woede
l Zoo grievend diep gevoelen deedt?
K)
j Of zingt gij weer sirenenzangen, _
Q j Verlokkend voor den stouten moed,
En is die blos op blanke wangen
Een blijk van ’t opgeslorpte bloed?
lllee liun, die argloos ll vertrouwen,
Zich zorgloos wagen op uw selioot,
j Vree hun, die op uw kalmte bouwen:
Uw vleijend kozen geeft den dood!
"F Gij doet op rijke schatten hopen,
è Gij spoelt het zweet van ’t zwoegen af,
(Zij noodt, -­­- dan spert ge uw kaken open
v En in uw boezem sebuilt liet graf.
je Gij, vreeindling, die aan onze kusten,
!
Y Door ’t zwalpend noorderzout bespeeld,
Den blik op ’t grootseli tooneel laat rusten,
t \'aardoor ge u opgetogen voelt;
Dat veld van gladgekainde baren,
Zoo onafzienbaar uitgebreid,
Dat treffend beeld van de eeuwigheid,
j Waarvan wij eind noch grens ontwaren;
‘ (
! Dat tint’lend vlak, zoo praelitig grooteeh,
<

L
v xt.
___ _, _ "‘ Y e