HomeEene schipbreuk, de loods en de visscherPagina 11

JPEG (Deze pagina), 331.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 21.96 MB

(
n
M
D E Z E E.
Hoe ligt daar in stille rust,
lloor ’t suizend koeltje alleen gekust,
U badende in de gouden stralen
Van de avondzon, die u begroet;
Hoe vreedzaam is uw ademhalen;
Ol onafzienbre zilte vloed!
Beuzin, wie sloeg uw niagt in banden?
Uw kruin is met geen schuim bespat,
Al spelend lekt ge uw oeverranden,
Als spelend strijkt gij ’t zandspoor glad;
De wachters, die u keeren moeten,
Zien rustig op uw vlakte neêr, i
Gij kaatst hun vale kruincn weêr,
`Vorfrischt hun dor gczcngde voeten,
Als toondet gij, na heeten strijd, J
Dat nu overwonnen zijt. {
'l
1
l
m
1
4
' w